Boeren vrezen ruiming na bezetting varkensboerderij Boxtel

Boerenorganisaties zijn bang voor ziektes in de varkensboerderij in Boxtel, als gevolg van de bezetting gisteren van ruim honderd dierenactivisten. Mogelijk moeten de boerderij en varkenshouders in de buurt zelfs worden geruimd, zeggen de brancheorganisatie voor varkenshouders POV en de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO). De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) tempert de gemoederen iets, en zegt dat er pas wordt geruimd als er een ziekte wordt aangetroffen. Zover is het nu nog niet, benadrukt de organisatie. Wel is de voedselwaakhond in gesprek met de veehouder en zijn dierenarts over het treffen van maatregelen om risico's van dierziekten in zijn boerderij en verdere verspreiding te beperken. Varkenspest De grootste angst, zeggen de boeren, is voor de Afrikaanse varkenspest. Dat is een zeer besmettelijke ongeneeslijke ziekte die voorkomt in grote delen van Azië en ook in verschillende Europese landen. In België is de ziekte bij wilde varkens vastgesteld. Verder naar het oosten van Europa en in China heerst de ziekte ook in de voedselproductieketen. De Afrikaanse varkenspest wordt het vaakst overgebracht door mensen, zegt Eric Stipthout, vice-voorzitter van brancheorganisatie POV. Varkenshouders in Nederland houden zich aan een reeks beschermingsmaatregelen om de ziekte buiten de deur te houden, waaronder sanitaire zones, douches en speciale kleding. De ruim honderd activisten die de stal binnendrongen, hebben zich daar niet aan gehouden, zegt Stipthout. Dat er activisten deelnamen met 26 nationaliteiten, zoals de actiegroep zelf stelt bij Omroep Brabant, verhoogt het risico op besmetting, zegt hij. Exportbeperkingen Na besmetting duurt het enige weken voordat de ziekte zichtbaar is. Als dat gebeurt verliest de boer zijn dieren, en moeten mogelijk ook varkenshouders in zijn omgeving worden geruimd, zegt de POV. Als er eenmaal varkenspest heerst in Nederland, dan worden er hoogstwaarschijnlijk exportbeperkingen of zelfs een exportstop ingesteld, zegt Stipthout. Behalve ziekten, tast ook stress het welzijn van de varkens aan, zegt hij. De bezettersgroep was zo gemêleerd omdat er in Nederland een internationale bijeenkomst was over de bio-industrie en anti-speciesisme (discriminatie tussen wezens op basis van hun soort). Van de naar schatting ruim honderd dierenactivisten die de boerderij waren binnengedrongen, zitten er nog zeker 75 vast, zegt een woordvoerder van Meet the Victims. Hij verwacht dat ze vanmiddag worden vrijgelaten. De politie Oost-Brabant wil pas vanmiddag meer kwijt over de juridische stand van zaken. Ook wil een woordvoerder niets zeggen over hoeveel mensen er nog vastzitten.

Mest scheiden voor het klimaat

[b]De oplossing is simpel, maar niet eerst mengen en later scheiden. Dat kost alleen maar energie:[/b] Wanneer uitwerpselen en urine van koeien of varkens zich mengen, ontstaat er veel methaangas en ammoniak. Maar als de urine en mest gescheiden blijven kunnen de broeikasgasuitstoot en de ammoniakvorming met wel 75 procent afnemen. Daarom werken Wageningse onderzoekers samen met boeren aan de gescheiden opvang en opslag van mest en urine. De gescheiden verspreiding ervan over het land is ook gunstig voor de bodem en de weidevogels. In veel koeien- en varkensstallen worden mest en urine gezamenlijk opgevangen. Dat is heel effectief, vertelt onderzoeker Theun Vellinga. “Dan heb je in één keer alles bij elkaar, het is goed weg te pompen, je kunt het in één tank bewaren en het is makkelijk te verwerken”, legt hij uit. Uit drijfmest, het mengsel van poep en plas, vormt zich echter veel methaangas en eveneens veel ammoniak. Het is daarom beter om de urine en mest gescheiden op te vangen en ook apart te bewaren en er apart het land mee te bemesten. Sterke reductie “Oneerbiedig gezegd moet je zorgen voor een scheiding van kont tot grond. Daardoor vang je meerdere vliegen in één klap”, zegt Vellinga. Zo kun je de methaangasuitstoot met 75 procent verminderen, en ook de ammoniakvorming kun je tot 75 procent terugdringen. “Dat is een heel sterke reductie.” Het gaat nog wel een tijdje duren voor de hele Nederlandse veehouderij om is. Vellinga en zijn collega’s mikken op 2050. “Grofweg iedere dertig jaar worden stallen gerenoveerd of opnieuw verbouwd. Dat is vrij prijzig, dus als je net twee jaar geleden een nieuwe stal hebt gebouwd, ga je dat nu niet doen.” In de tussentijd kunnen boeren wel maatregelen nemen om de methaanuitstoot en ammoniak die bij drijfmest vrijkomen, te verminderen. Meer: https://weblog.wur.nl/uitgelicht/mest-scheiden-voor-het-klimaat/

Fokken op veerkrachtige koeien

Fokken op veerkracht is mogelijk. Alhoewel de melkproductie achteruit lijkt te gaan, levert het per saldo de veehouder meer op. Niet alle koeien kunnen even goed tegen een stootje. Een virus op stal, slechte weersomstandigheden, te laat melken of schommelingen in het rantsoen: de ene koe kan er beter tegen dan de andere. Dit is terug te zien in de hoeveelheid melkproductie, die bij koeien met weinig veerkracht meer schommelt dan bij veerkrachtige koeien. Er werd lang gedacht dat deze schommelingen voorkomen konden worden door optimaal management. In de praktijk lukt dit niet altijd. Marieke Poppe, promovendus aan Wageningen Universiteit, is daarom op zoek gegaan naar de mogelijkheden om te fokken op veerkracht. Vakblad Veeteelt doet verslag over de bevindingen van Poppe en haar collega's Tom Berghof en Han Mulder. Indicatoren Een veerkrachtige koe blijft normaal functioneren tijdens verstoringen, of kan snel herstellen van een verstoring. De wetenschap weet dat koeien verschillen in veerkracht, maar is het ook erfelijk? Tijdens het onderzoek zijn verschillende veerkrachtindicatoren gebruikt, waaronder symmetrische en asymmetrische melkgift en autocorrelatie. Meer uitleg vind je in het artikel. Twintig procent bepaald door genen Uit het onderzoek van Poppe blijkt dat het verschil in veerkracht voor twintig procent wordt bepaald door genen. Dit maakt het mogelijk om te fokken op veerkracht. Er is wel een negatief verband tussen veerkracht en efficiëntie. Koeien met relatief weinig variatie in de melkproductie - veerkrachtige koeien dus - nemen meer voer op dan koeien met veel variatie in de melkproductie. Koeien die dus beter tegen een stootje kunnen, lijken meer energie binnen te halen om zo met verstoringen om te kunnen gaan. Fokdoel Een versimpeld fokdoel waarin melkproductie meeweegt voor 30%, uiergezondheid voor 40%, levensduur voor 30% en veerkracht voor 20% resulteert in een lagere melkproductie van -6,3%. Echter, de veerkracht verdubbelt hierbij (102,6%). Berghof is van mening dat het fokken op veerkracht een duidelijke meerwaarde heeft. Hoewel het kan resulteren in een lagere genetische vooruitgang in melkproductie, gaat de veehouder er per saldo op vooruit. Een veerkrachtige koe kost minder arbeid, heeft minder behandelingen nodig en heeft een langere levensduur. Veerkracht is dus ook uit te drukken in economische waarde. Mulder geeft een berekening in het artikel. De onderzoekers zijn nog niet uitgekeken op het onderwerp. Zo vraagt Poppe zich af of de variatie in dagelijkse melkproductie echt wordt gekenmerkt door veerkracht. De onderzoekers willen daarom ook andere indicatoren in beeld brengen voor het onderzoeken van veerkracht.

Opinie: Halve waarheden geven een onjuist beeld van de agrarische sector

[b]De teruggang van de weidevogelstand krijgt veel aandacht, helaas ook vaak eenzijdig en ongenuanceerd. Door dergelijke berichtgeving wordt de landbouw vaak in een hoek gezet, terwijl er veel meer belangrijke factoren zijn die bijna altijd onderbelicht blijven. Door Tette Hofstra[/b] Het Friese platteland is in de afgelopen decennia sterk veranderd en dat heeft een grote invloed gehad op de habitat voor de weidevogels. Al 25 jaar gaat ieder jaar circa twaalfduizend hectare landbouwgrond in Nederland verloren aan wegen, woningen, industrieterreinen, sportvelden en andere bestemmingen. Ook in Fryslân is de oppervlakte veel kleiner geworden. Circa vijftig jaar geleden was Fryslân buiten de Friese Wâlden en Gaasterland een grote open vlakte. Nu staat heel de provincie vol met bosjes en bomen, het is een perfecte uitvalsbasis en schuilplaats voor roofvogels en roofdieren. Predatoren zijn in aantal en soort enorm toegenomen, ook soorten die vroeger nauwelijks of niet voorkwamen. De vos bijvoorbeeld kwam oorspronkelijk vooral op de zandgrond voor en wordt nu ook op de klei en de zeedijk waargenomen. Hetzelfde is het geval bij roofvogels. De verspreiding hiervan wordt in de hand gewerkt door corridorvorming en de invulling van de Natura 2000-gebieden. Steenmarters kwamen circa zestig jaar terug vrijwel niet of nauwelijks voor in onze habitat, en zijn nu een grote plaag en hebben geen natuurlijke vijanden. De stand van de ooievaars, reigers, kraaien en marterachtigen is explosief gegroeid. Onderschat wordt ook de rol van de kat. Het is een van de belangrijkste predatoren van Nederland. In ons land zijn er naar schatting acht tot negen miljoen, gedomesticeerd en in het wild. Wat deze dieren in de natuur en weidevogelgebieden kunnen aanrichten is bekend bij veel organisaties als It Fryske Gea. Ook buitenlands onderzoek bevestigt dit beeld. Natuurorganisaties doen hier echter niets mee uit angst voor ledenverlies. Weidevogels zijn ongeveer vijf maanden in Nederland. De rest van het jaar zijn ze elders. Ook onderweg (in Zuid-Europa) is er een grote bedreiging om afgeschoten of gevangen te worden. Daarnaast zijn in de overwinteringsgebieden in Noord-Afrika de leefomstandigheden veranderd, en dan veelal niet ten gunste. Lucht Weidevogels hebben ook de maken met de sterk toegenomen lichtintensiteit en de geluidsdruk. Lang niet altijd is duidelijk wat de invloed is van de toegenomen straling van mobiele telefoons, wifi en satellieten op de oriëntatie van de dieren in de lucht. Ook het toepassen van gif door overheden en andere gebruikers van de openbare ruimte heeft een aanzienlijke invloed Onderbelicht is ook de toename van verkeersbewegingen en de gevolgen voor de natuur en weidevogels. Op Schiphol stijgt elke minuut van de dag een vliegtuig op, het gehele jaar rond. Elk vliegtuig verbruikt gemiddeld per opstijging tien ton kerosine. Ook de lozingen en de gevolgen voor de luchtkwaliteit moeten niet vergeten worden. Mestinjectie schaadt worm en weidevogel Op weilanden waar drijfmest in de bodem wordt geïnjecteerd, zijn minder wormen dan op percelen waar ruige stalmest is opgebracht. Dat heeft direct effect op de voedselvoorziening voor weidevogels,... Ook op land is het aantal verkeersbewegingen sterk toegenomen en heeft dit invloed op natuur en milieu. Vele miljoenen auto’s en vrachtauto’s rijden rond in ons land. Ook de toenemende recreatie heeft zijn invloed. Boerenpraktijk Boeren doen veel aan weidevogelbeheer hoewel nazorgers van de BFVW weten dat van alle legsels het overgrote deel het niet redt. Oplossingen worden gezien in het verhogen van slootpeil, dat gaat ten koste van de efficiëntie in de bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er hoger gelegen gedeeltes nodig, voorheen werden immers daar de meeste broedparen gezien. Boeren en weidevogels werden decennia geleden geconfronteerd met verplichte aangepaste bemestingstechnieken, het verplicht in de grond brengen van de mest. Veel wordt er gedaan (zoals speciale kunststof hoedjes over de nesten tijdens het bemesten) om de vogelstand te ondersteunen, maar de nieuwe vormen van bemestingen zorgen niet voor een goed bodemleven en daardoor voldoende voedsel voor de jonge weidevogelkuikens en hun ouders. Veel is er te doen over de sterke afname van de insectenpopulatie. Dat de huidige vorm van landbouw de hoofdoorzaak is, geeft een te eenzijdig beeld. De rol van alle verkeer op het grootschalige verlies van insectenpopulaties blijft sterk onderbelicht. Ook het toepassen van bestrijdingsmiddelen door overheden, samenleving, spoorwegen en andere gebruikers van de openbare ruimte heeft een aanzienlijke invloed. Het is volstrekt onwenselijk de melkveehouderij terug te zetten in het Ot en Sien-tijdperk. De gedachte daarachter is dat het dan wel goed komt met de weidevogels en de biodiversiteit. Dat is niet reëel. De rest van de samenleving dendert door met nog meer wifi, auto’s (files), vliegtuigen, toerisme, huizen, industrie, asfalt en beton. Grutto’s kunnen niet broeden op de Haak om Leeuwarden, we worden geconfronteerd met steeds meer asfaltpijn. Tette Hofstra woont in Meskenwier bij Akkrum

CBS-cijfers boerenlandvogels onbetrouwbaar

[b]Persbericht Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verstrekt jaarlijks een overzicht van de stand van de boerenlandvogelpopulaties, maar past deze cijfers jaarlijks met terugwerkende kracht aan. Het gevolg is dat de overheid beleid ontwikkelt op foutieve cijfers. Dat blijkt uit onderzoek van Agrio Uitgeverij.[/b] Melkveehoudster en freelance-onderzoeksjournalist Henny Verhoeven volgt al enkele jaren de statistieken van het CBS over de lijst met 27 boerenlandvogels en ontdekte dat deze indexcijfers regelmatig met terugwerkende kracht worden aangepast. Soms zelfs tot aan het indexjaar 1990. Een voorbeeld is de stand van de populatie van de spreeuw. Volgens de telling van 2014 kende de spreeuw in 2014 een indexcijfer van 95. Dat wil zeggen dat op dat moment de populatie nog 95 procent telde van de populatie in het indexjaar 1990. In 2015 bleek het indexcijfer van 2014 echter op 53 te liggen, maar in 2017 schiet het indexgetal opeens omhoog naar 112 voor 2014. Dat is in 3 jaar tijd een verdubbeling van het aantal spreeuwen ten opzichte van 1990, terwijl het aantal daadwerkelijk getelde vogels in 2014 hetzelfde is gebleven. De indexcijfers komen tot stand op basis van vier officiële tellingen door vrijwilligers op vastgestelde locaties in Nederland. Henny Verhoeven attendeerde het CBS in 2017 voor het eerst op deze afwijkingen. Het CBS blijkt de cijfers aangeleverd te krijgen van Sovon en publiceert die 1-op-1. Het CBS heeft inhoudelijk geen bemoeienis met de cijfers, maar het leidde in 2017 wel tot een gesprek tussen CBS en Sovon en uiteindelijk tot aanpassing van de cijfers. Uit de laatste cijfers van 2018 blijkt opnieuw dat aanpassingen zijn gedaan met terugwerkende kracht. Sovon laat weten dat de tellingen soms ‘nieuwe inzichten’ geven, die vervolgens terugvertaald worden naar de jaren ervoor. De uitkomst kan voor een bepaald soort vogel soms zo sterk afwijken van het jaar ervoor, dat het niet toe te rekenen is aan één jaar. Dan worden de indexcijfers met terugwerkende kracht aangepast. Grote afwijkingen zijn te zien bij vogels als de boerenzwaluw, spreeuw en grauwe gors. De statistieken voor de grutto, kievit of scholekster zijn jaarlijks ongeveer gelijk. De putter kent een ongekende groei. Het indexcijfer lag in 2017 op 1.841. En dit betekent dat er 18 keer zoveel putters in 2017 waren als in 1990. Opvallend is dat de cijfers in 2015 lager lagen. Dit gold ook voor de geelgors, gele kwikstaart, roodborsttapuit, spreeuw, tureluur, wulp en zomertortel. Op deze wisselende cijfers wordt het beleid van het ministerie van LNV gebaseerd. Dit betekent dat conclusies, die in 2015 werden getrokken, nu heel anders zouden zijn.

Waarom wordt telkens weer een negatief verhaal over onze boeren geschreven?

[b]Door Jaap Majoor,[/b] Ik las in de krant een artikel dat de vogelstand erg achteruit gaat door de bestrijdingsmiddelen die in de mest van runderen zouden zitten. Dit komt volgens de onderzoekers uit het veevoer dat de koeien eten. De vervuiling zou volgens deze onderzoekers ook in de mest van het vee van biologische boeren zitten. Dit komt omdat het biologische voer ook zit in dezelfde opslag containers als waarin de gangbare producten vervoerd worden. [b]Ik begrijp die onderzoekers niet![/b] Deze producten importeren wij om als grondstoffen te dienen voor vooral vlees vervangende producten voor de menselijke consumptie. De grondstoffen die de veevoer industrie gebruiken, zijn de reststromen van deze producten o.a. soja schroot en palmolie pitten, die wij mensen niet kunnen opnemen. Dat betekent, dat deze producten vooral soja en palmolie die wij mensen eten, dus heel vervuilend zijn aldus de onderzoekers. Waarom worden de mensen dan niet gewaarschuwd als dit waar zou zijn? Of is dit onderzoek de zoveelste storm in een glas water om onze landbouw in een slecht daglicht te plaatsen. https://vimeo.com/330186833 Het wordt tijd dat onze onderzoekers eens het land in gaan. Ik werd op het land alweer omringd door zeker 20 ooievaars, die mij volgden met het onderwerken van een groenbemester. Alles wat levend was, pikten zij op. Vorig jaar zijn op een stuk land bij alle nesten van onze weidevogels camera’s geplaatst. Op de camera’s was te zien, dat alle nesten leeg gehaald werden door, of een vos, of een marter, of een ooievaar, of een kat. Kortom geen een ei heeft het overleefd. Logisch dat de weidevogel verdwijnt. Zo ook weer kalversterfte. De rapporten zijn opgevraagd door de Staf, alleen zij krijgen het niet. Het lijken alleen maar rapporten te zijn, overal vandaan, maar niet uit Nederland. Wel wordt weer de Nederlandse boer in een kwaad daglicht geplaatst door de media, terwijl zij er niets mee te maken hebben. Nu eindelijk eens een positief bericht over de boer van het FAO. Maar waar staat dit positieve verhaal in de media? Het FAO (wereld voedsel organisatie) heeft een heel andere studie gepubliceerd. Hier staat in dat de veestapel van de boer een cruciale rol zal spelen in de wereldwijde voedselzekerheid en voeding. Zij zeggen dat de koeien, varkens en kippen voor de mens onverteerbare eiwitten eten en omzetten in dierlijke eiwitten, die wij mensen dan wel weer kunnen verteren. Zodoende is voor één kilo vlees eten minder graan nodig dan, wanneer wij alleen maar granen zouden eten. Verder zeggen zij dat 86 % van het veevoer ongeschikt is voor menselijke consumptie en dat het vee graast op gebieden, die voor akkerbouw niet geschikt zijn. Zelfs in Nederland hebben wij grote gebieden, die alleen maar geschikt zijn voor veeteelt. Waarom wordt dan toch telkens weer in de media geschreven en gezegd dat vleesconsumptie verspilling van grondstoffen is, terwijl het juist omgekeerd is. Ik raad iedereen aan om bijgaande link van internet op te zoeken en eens goed te lezen. https://www.melkvee.nl/artikel/191332-wereldvoedselorganisatie-fao-vleesproductie-heeft-aanzienlijk-minder-graan-nodig/ Eindelijk eens een rapport die geschreven is door iemand, die wel weet hoe het in elkaar steekt. Ik heb al eens eerder geschreven dat de Chinezen en Arabieren grote boerderijen in de wereld kopen, zodat zij de voedselvoorziening, nu nog voor zichzelf, zeker stellen voor de toekomst. Ik las nu weer een artikel dat de grootste akkerbouwer van Australië zijn bedrijf verkocht heeft aan Arabieren. Het gaat maar door deze overnames. Heeft iemand er wel eens over nagedacht, dat, wanneer grote delen van de wereld van de Chinezen en Arabieren zijn, dat zij dan in de toekomst ook nog onze voedsel productie in handen hebben. Wanneer de olie op is, hebben zij een nog grotere machtspositie over ons. Dan hebben zij de wereldwijde voedsel productie in handen. Als onze politici in Den Haag verstandig zijn, moeten zij hier maar eens over nadenken en zeer zuinig worden op onze boeren. Ik hoop dat het kwartje nog een keer valt. Jaap Majoor

Evaluatie melkprijssystematiek

Rudie Freriks, De voorjaarsronde ledenbijeenkomsten van FrieslandCampina komen er weer aan. Afgelopen maand hadden we de ondernemingsbijeenkomsten, waar de directie een presentatie en toelichting gaf op de jaarcijfers. Alles gericht op het goede gevoel, maar er was weinig ruimte voor vragen. De komende bijeenkomsten staan in het teken van evaluatie van de systematiek van berekening melkprijs. Hoe wordt de garantieprijs berekend en kan of moet daar iets aan veranderen? Voer voor discussie Er worden links en rechts al wat signalen afgegeven. Zo las ik ergens dat de melkprijzen van de zuivelondernemingen, welke FrieslandCampina als basis voor de berekeningen neemt, al te veel vertekend zouden zijn vanwege allerlei bonussen en toeslagen. Diverse zuivelondernemingen kennen toeslagen. Basis voor de garantieprijsberekening is de contant ontvangen melkprijs op boerderijniveau inclusief toeslagen en nabetaling. Daarmee ligt de lat hoog, en terecht wat mij betreft. Als er een correctie op de berekening garantieprijs moet komen vanwege toeslagen bij andere fabrieken hebben we voer voor discussie. Past het nog? We hebben het huidige systeem in de basis nu ruim 10 jaar, vanaf de start van FrieslandCampina. Vraag is of het systeem nog past. Toen we ermee begonnen, had je biologische en gangbare melk en was het allemaal wit. Overzichtelijk, transparant en het werkte goed. Nu hebben we een zuivelmarkt die behoorlijk is veranderd. Er zijn diverse melkstromen zoals biologische melk, VLOG-melk, Planet Proof-melk en weidemelk. Strategische visie Ook de strategische visie zoals vastgesteld onder de titel 'Melk met meerwaarde' is toch anders dan Route 2020. Er zijn diverse eisen bijgekomen die op zich niks met melkkwaliteit te maken hebben, maar wel met het verhaal eromheen. Ik vraag me af of het huidige systeem met garantieprijs, toeslagen en prestatietoeslag nog past bij de huidige markt en visie. Draagt dit systeem bij aan het realiseren van de visie? Misschien moeten we het met elkaar eens hebben over de uitgangspunten van een melkprijssystematiek. Wat willen we ermee? Transparant, goed uit te leggen aan leden, uitdagend richting de onderneming, aansluiting bij de zuivelmarkt, goede vertaling van de waardering van verschillende melkstromen. Dus graag een wat meer fundamentele discussie en ruimte voor inbreng van de leden! Rudie Freriks Melkveehouder in Luttenberg

LTO baalt van ontevreden boeren: We lopen ons het vuur uit de sloffen

LTO staat er bij de meeste boeren niet goed op. Dat concludeert uitgever Agrio, dat veel vakbladen in de boerensector uitgeeft, na onderzoek. Zo zeggen boeren in dat onderzoek dat LTO onvoldoende kundige bestuurders in huis heeft, die te weinig voor de agrariërs opkomen en de sector onvoldoende promoten. 'We lopen ons het vuur uit de sloffen' Jan Bloemerts, boegbeeld van LTO Noord in Drenthe, 'baalt enorm' van de uitkomsten van het onderzoek. "Het is pure onzin dat we te weinig voor de belangen van de boer opkomen. We lopen ons het vuur uit de sloffen. Aan de andere kant: misschien moeten we bij onszelf te rade gaan, omdat we misschien te veel ballen in de lucht houden." Fosfaatproblemen "Ik snap wel dat boeren, die bijvoorbeeld in de problemen zitten door het hele fosfaatgebeuren, het gevoel hebben dat we niks voor ze doen. Maar dat gebeurt juist wel. In Den Haag houden we ons met heel veel dingen tegelijk bezig en hebben we met veel verschillende partijen te maken. Vaak moet je dan op zoek naar een compromis." Ontevredenheid is volgens Bloemerts wel iets van de maatschappij van vandaag de dag. "We zijn snel negatief over hoe iets gaat wat anderen moeten regelen, maar zelf weten we het niet beter." Volgens Bloemerts is op dit moment nog zo'n 60 tot 65 procent van de boeren in Drenthe lid van LTO Noord. "Dat aantal daalt niet, maar groeit ook niet." Het online onderzoek, dat is uitgevoerd in opdracht van uitgeverij Agrio, betrof een onderzoek onder tweeduizend boeren en tuinders.

Boer Rik wordt gek van de regelgeving: 'Het is worstelen om iets voor elkaar te krijgen'

DIESSEN - Om te blijven bestaan moet boer Rik Lagendijk uit Diessen uitbreiden. Maar om iets voor elkaar te krijgen, moet hij aan alle (duurzame) regels voldoen en dat betekent veel om de tafel zitten met de overheid. Omdat er veel onduidelijkheid is over de regels, verlopen de gesprekken bijzonder moeizaam. "Op dit moment heb ik gelukkig nog het vertrouwen van de bank." GESCHREVEN DOOR Bert van Doorn Al meer dan honderd jaar is het melkveehoudersbedrijf van Lagendijk aan de Toekomstweg in Diessen in de familie. In 2015 werd er een compleet nieuwe stal neergezet die voldoet aan alle moderne eisen. "Toen heb ik wel wat moeten inleveren om het voor elkaar te krijgen. Maar door die keuze wordt het nu wel heel moeilijk om uit te breiden", vertelt Rik in het Omroep Brabant-programma KRAAK: https://www.omroepbrabant.nl/tv/programma/600/KRAAK De stal van Diessen was destijds zo nieuw dat niet alle vergunningen ervoor al bestonden. De stal werd gebouwd als 'proefstal', en als voorwaarde werd gesteld dat deze uitgebreid getest kon worden. Maar om goed te testen moet er worden uitgebreid en dat kan niet zomaar. Zo is er nu een fosfaatplafond, dat kwam nadat Diessen zijn stal had neergezet. In Diessen staan nu 140 koeien in de stal. Om uit te breiden naar 280 koeien zodat zijn stal goed getest kan worden, moet boer Rik fosfaatrechten bijkopen. "En daar moet ik meer dan een miljoen euro voor neertellen."

Veehouder Jan Koopman: ’Gezonde beesten naar de slacht, zo zinloos’

Tranen vloeiden er niet. Want huilen doet hij naar eigen zeggen niet zo gauw. Maar zwaar viel het hem wel, toen Jan Koopman een groot deel van zijn veestapel afgevoerd zag worden. „Het zijn gezonde beesten die weg moeten”, zegt de 51-jarige veehouder uit Westwoud. „Zo zinloos.” Hij behoort, zo verwoordt veehouder Jan Koopman het zelf, tot de extreme gevallen. „Een gemiddeld bedrijf moest vier tot acht procent krimpen”, vertelt hij. „Wij vijftig procent. We hadden 195 melkkoeien en 120 stuks jongvee. Dat moest teruggebracht worden tot honderd koeien en geen jongvee, helemaal niks. Toen we dat hoorden, stortte onze wereld in.” Het grote probleem voor Koopman was, dat hij zijn bedrijf precies op het verkeerde moment fors had uitgebreid. „We waren verdubbeld”, blikt hij terug. „Dat waren we al een paar jaar van plan. We hebben een stal neergezet voor 180 melkkoeien, met drie robots. Iedereen stemde daar mee in. De gemeente, de provincie, er is overleg geweest met Campina en met de bank. En ook de staat ging er in mee, want daar hebben we subsidie van gekregen. Dat maakt het ook zo krom. Als ze niet willen dat er meer of grotere bedrijven komen, waarom geven ze dan al die vergunningen af? Wij hebben zelfs toestemming gekregen om door te groeien tot 245 melkkoeien.” Maar dat gaat dus niet gebeuren. In plaats daarvan moest Koopman bijna de helft van zijn veestapel ruimen. „Ik dacht: ’het is zo, we laden ze op en doen ze weg’. Maar eerlijk gezegd was toch wel een dingetje. Ik vond het moeilijker dan gedacht.

True Food Price Coalition zet website met vleesaantijgingen op zwart

De [url=https://www.truefoodprice.org/]website [/url]van True Food Price Coalition staat inmiddels op zwart. De coalitie van een brede groep organisaties die zich ten doelt stelt de vleesconsumptie te ontmoedigen (met partners als Nationale Week Zonder Vlees, Triodos, Vegetariërsbond en Kipster), werd vorige week door STAF op de vingers getikt voor het verspreiden van een poster met foute cijfers over de ‘true price’ van vlees. Volgens de coalitie zou het verminderen van de vleesconsumptie veel milieuwinst opleveren. Een milieuwinst die, volgens Stichting Agri Facts, tot stand wordt gebracht door foutieve berekeningen. True Food Price Coalition liet dit weekend aan Stichting Agri Facts weten verder te gaan onder de naam ‘Tappcoalitie’; de poster met foute cijfers over de ‘true price’ van vlees blijft (voorlopig) offline, aldus de coalitie. Stichting Agri Facts heeft de milieuwinst-berekeningen van True Food Price Coalition gecontroleerd. In zijn berekeningen gaat de coalitie ervan uit dat consumenten wél het vlees schrappen van het menu, maar daarvoor in de plaats géén vegetarisch alternatief nuttigen. Met andere woorden: de consumenten gaan minder eten en worden in feite op dieet ‘gerekend’. Dit is geen realistische weergave van de praktijk meent STAF, consumenten die het vlees laten staan, zullen veelal voor een vervangend alternatief kiezen, bijvoorbeeld voor een vegetarisch product. In dat geval is de milieuwinst een stuk kleiner of verdwenen. Het waterverbruik neemt dan zelfs toe in plaats van af. Voor de productie van verantwoorde vegetarische vleesvervanging is meer water nodig dan voor de productie van vlees.

Nieuwe machine moet overwoekerend gras tegengaan

Kruiden en klavers inzaaien in grasland is vaak lastig, omdat gras de nieuwkomers overwoekert. Een nieuwe machine van Friese makelij moet hier een einde aan maken. Theo Mulder, mede-eigenaar van het gelijknamige fouragebedrijf in Kollumerzwaag en al jaren een vurig pleitbezorger van een bodemvriendelijke landbouw, hoopt deze patselling doorbroken te hebben met een nieuwe doorzaaimachine. Deze is zijn opdracht ontwikkeld en gemaakt door de ondernemers Siebe Kinderman uit Feanwâlden en Klaas Westerhof uit Oentsjerk. De machine, omgedoopt tot de AMW Optie Seeder, snijdt tien centimeter brede strookje graszode los waar het zaad wordt ingebracht. Door dit snijden worden ook de graswortels gekortwiekt en dat zet de groei van het gras op achterstand. Daardoor krijgen de kruiden en de klavers juist de ruimte om tot wasdom te komen. Een proef vorig jaar zomer bij een boer in Twijzelerheide leverde het gewenste succes op. Ook tegengeluiden Kinderman, Westerhof en Mulder hopen vele Optie Seeders te verkopen en te verhuren, maar de reacties onder de boeren gistermiddag op de Dairy Campus waren niet onverdeeld positief. ,,Het is nat en dan trekt de machine toch wel flinke sporen in deze zware klei. Bij droogte krijg je dan scheuren in het land”, verklaart melkveehouder Johannes Oenema uit It Heidenskip. Een hectare doorzaaien kost circa 225 euro uitgaande van 10 kilo kruidenzaad en 3 kilo klaverzaad, aldus Mulder. Volgens boer Albrecht Finnema uit Warstiens is de kunst om de kruiden langere tijd in het grasland te houden. ,,Vaak houden ze het een jaar vol, maar dan worden ze toch weggeconcurreerd.” Volgens weidegangspecialist Peter Takens is dit probleem te verhelpen door een dubbele hoeveelheid kruiden te gebruiken. ,,Dat maakt het wel duurder, maar boer en burger hebben er langer plezier van.”

#Frieslandcampina toonaangevend in duurzaamheid

Hein Schumacher, CEO: "Voor FrieslandCampina was 2018 een jaar van transformatie. We hebben een nieuwe organisatiestructuur en -strategie gelanceerd. Dit geeft het bedrijf meer focus en commerciële kracht, terwijl het ons in staat stelt om sneller te reageren op de eisen van klanten. Wij willen leiden met duurzaamheid en laten dit onder andere zien als het eerste zuivelbedrijf dat zuivel op de markt brengt met een onafhankelijk 'On the way to PlanetProof' keurmerk. " [b]Lage basis zuivelprijzen, concurrentie voor babyvoeding en incidentele kosten hebben de resultaten verminderd[/b] Het bedrijfsresultaat daalde met 23,0 procent tot 342 miljoen euro in 2018 (2017: 444 miljoen euro). Deze daling van de bedrijfswinst was onder meer het gevolg van een bijkomend verlies van meer dan 100 miljoen euro, deels veroorzaakt door te lage basiszuivelprijzen ten opzichte van de garantieprijs, betaald door FrieslandCampina aan de melkveehouders voor hun melk. Extra investeringen in innovatie, marketing, verkoop en distributie hebben de resultaten van FrieslandCampina in Azië verlaagd. Kosten verbonden aan organisatorische herstructurering en de aangekondigde sluitingen van productie-installaties bedroegen 50 miljoen euro. Ter compensatie werden 85 miljoen euro aan kostenbesparingen gerealiseerd en een aanzienlijk verbeterd werkkapitaal. De bedrijfscashflow verbeterde met 201 miljoen euro in vergelijking met vorig jaar. [b]Keerpunt in de tweede helft van 2018[/b] In de tweede helft van 2018 werden de eerste positieve resultaten van de geïnitieerde transformatie zichtbaar. De volumes van alle businessgroepen stegen met in totaal 2,3 procent in vergelijking met de eerste helft van het jaar. De verkoop van kaas heeft in het tweede halfjaar een positief resultaat opgeleverd. Om haar positie in kaas te versterken, heeft FrieslandCampina in de tweede helft van het jaar vier acquisities afgerond. Een partnerschapsovereenkomst voor de productie van mozzarella werd ook ondertekend. Daarnaast was er een sterk verbeterde volumegroei voor de business group Consumer Dairy in Azië in het bijzonder. [b]Lagere melkprijs[/b] De melkprijs van FrieslandCampina is in 2018 met 6,4 procent gedaald tot 37,43 euro per 100 kilo melk (2017: 40,01 euro). Dit omvatte de garantieprijs, prestatiepremie, uitgifte van ledenobligaties en andere toeslagen. De gegarandeerde FrieslandCampina-prijs in 2018 was 36,05 euro per 100 kilo melk, 5,0 procent lager dan het jaar ervoor (37,96 euro). De daling was te wijten aan het resultaat van lagere melkprijzen van referentiebedrijven. De waardecreatie (prestatiepremie en uitgifte van ledenobligaties) bedroeg 0,59 euro per 100 kilo melk (2017: 1,33 euro.) De daling was het gevolg van het lagere resultaat. [b]Toonaangevend in duurzaamheid[/b] FrieslandCampina wil toonaangevend zijn op het gebied van duurzaamheid. Daarom werkt het bedrijf samen met leden-melkveehouders aan het verder verminderen van de ecologische voetafdruk. De totale uitstoot van broeikasgassen daalde met 5,1 procent tot 12.462 kt CO 2gelijkwaardig. Deze daling werd veroorzaakt door de toename van de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit door leden-melkveebedrijven. FrieslandCampina gebruikt 100 procent groene stroom in Europa, 90 procent van het totale elektriciteitsverbruik wereldwijd. Bijna 28 procent van alle groene stroom werd gekocht van zijn eigen leden. Het weiden van weiden nam ook toe tot 81,2 procent en bereikte de 2020-doelstelling. Via het Dairy Development Programme zijn het afgelopen jaar meer dan 80.000 lokale boeren in ontwikkelingslanden en opkomende landen getraind. Dat is bijna vier keer meer dan in 2017. [b]Op weg naar PlanetProof[/b] FrieslandCampina speelt in op de vraag naar speciale en / of duurzaam geproduceerde zuivelproducten met flexibele melkstromen. Een voorbeeld hiervan is Campina-melkvee met het label 'On the way to PlanetProof' met extra aandacht voor dierenwelzijn, biodiversiteit en klimaat. FrieslandCampina is het eerste zuivelbedrijf dat onder dit onafhankelijke label zuivelproducten op de markt brengt. De extra inkomsten komen ten goede aan de leden die melk voor zuivel leveren onder dit label.

Agri Facts is watching - Ook Jumbo moet rectificeren

[b]De tijd van het plaatsen van alleen maar onzin om de veehouderij te beschadigen is voorbij, Agri Facts is watching : [/b] MAARHEEZE - Stichting Agri Facts vraagt concern om Facebookbericht van de Jumbo in Maarheeze te rectificeren omdat er verkeerde cijfers in staan. Van de daarin gemaakte vergelijking klopt inderdaad weinig. Eén dag in de week geen vlees eten heeft hetzelfde effect op het milieu als 1250 kilometer minder autorijden. En van het water dat je bespaart door een portie rundvlees te laten staan, zou je een maand kunnen douchen. Die twee beweringen stonden in een bericht de Jumbo-vestiging in Maarheeze op Facebook plaatste om de eigen vleesvervangers aan te prijzen. De Stichting Agri Facts (STAF) maakt bezwaar tegen de in het bericht aangehaalde feiten en verzoekt het hoofdkantoor van de Jumbo om rectificatie. Daarbij heeft de organisatie absoluut een punt. Er doen veel cijfers de ronde over de klimaatimpact van vlees, maar deze kloppen overduidelijk niet. Stichting Agri Facts haalt in haar brief de Jumbo in Maarheeze aan, maar een soortgelijk bericht heeft in elk geval ook op Facebookpagina's van enkele andere vestigingen gestaan. ,,Mensen zien een supermarkt toch als een betrouwbare bron", aldus Rotgers. ,,Terwijl dit soort foutieve informatie wel schade toebrengt aan het imago van de veehouderij.” De STAF, die sinds enkele maanden bestaat, zorgde er de afgelopen maanden al voor dat Vitens, het Planbureau voor de Leefomgeving en de provincie Zuid-Holland door het stof moesten vanwege soortgelijke reken- en interpretatiefouten. Jumbo laat in een reactie weten de brief van de STAF te onderzoeken. ‘Daarbij kijken we op welke cijfers deze post is gebaseerd en of deze cijfers correct zijn geïnterpreteerd', laat een woordvoerder weten. ‘We spannen ons bij Jumbo in om de overgang naar een evenwichtiger en duurzamer eetpatroon te realiseren. Het is uiteraard niet de bedoeling om verwarring te veroorzaken.’ De berichten zijn inmiddels door Jumbo van Facebook verwijderd. Meer: https://www.ed.nl/cranendonck-heeze-leende/jumbo-kleunt-mis-met-facebookbericht-over-klimaatimpact-vlees~a175a874/ Word ook bondgenoot van Stichting AgriFacts: http://stichtingagrifacts.nl/word-bondgenoot/

Wijzigingen gebruik #sleepvoet 2019

[b]Hoe kun je nu regelgeving verplichten die voorbaat niet is te borgen, en straks weer volop verhalen in de media dat veehouders zich niet aan de regels houden??, dit moet je als sector niet willen;[/b] Vanaf 1 januari 2019 is emissiearm gebruik van mest verplicht bij grasland op klei- en veengrond, in het spraakgebruik wordt dit het ‘sleepvoetverbod’ genoemd. Voor het uitrijden op grasland op klei- en veengrond gaan de onderstaande regels gelden. Uitrijden met de sleepvoet is toegestaan, mits met een waterverdund systeem wordt gewerkt, waarbij de mest met 33% verdund moet zijn met water: minimaal 1 deel water en 2 delen drijfmest dus. De afleg mag dan boven de grond, tussen het gras in strookjes van 5 cm breed en met 15 cm afstand. De mest moet worden uitgereden met een systeem dat volledig tot de grond gesloten is. De grondgebruiker is verplicht het verdund uitrijden met de sleepvoet een keer per jaar, vóór de eerste bemesting, bij RVO te melden. Een praktische en goedkope methode om te registreren of de mest wel voldoende verdund is, is nog niet voorhanden. Daarom is het nog onduidelijk hoe gecontroleerd en gehandhaafd gaat worden. Wel is door de overheid gesteld dat de boer bij controle aannemelijk moet kunnen maken dat de mest op de juiste wijze is verdund. Uitrijden IN de grond kan ook, maar dat stuit in de praktijk op problemen vanwege een harde grond bij droogte (klei) of een tekort aan draagkracht van de bodem (veen). Alleen het Pulse-tracksysteem is goedgekeurd door het ministerie. Het systeem brengt de mest via kuiltjes in het grasland. Het punt is dat deze machine nog in ontwikkeling is en daardoor nog niet te koop is. De overheid heeft wel reeds aangekondigd dat per 2021 wel een ‘technische borging’ van het verdund aanwenden vereist gaat worden. In diverse initiatieven van private partijen of proeftuinen van onderzoek, overheid en bedrijfsleven zal hier de komende jaren aan gewerkt worden. LTO Nederland zal hierbij inzetten op praktische en betaalbare varianten.

Tijd voor de echte cijfers

ANNIE SCHREIJER-PIERIK, LID VAN HET EUROPEES PARLEMENT VOOR HET CDA Meten is weten. Dat is een oude wijsheid, die nog steeds erg waar is. En het is hoog tijd dat de overheid eens goed gaat meten in het mestbeleid. Want de huidige cijfers stinken. Want hoeveel milieuvervuilende fosfaat zit er eigenlijk in mest? Dat is nogal belangrijk voordat we nog meer koeien moeten wegdoen om de normen te halen. Melkveehouder Albert Scholten overhandigde mij vorige week GD-mineralencijfers van drieduizend collega-melkveehouders. Gemiddeld bevat elke kilo melk 1,14 gram fosfor, terwijl de overheid rekent met 0,97 gram. Dat maakt nogal verschil. Fosfor die in melk zit, zit niet in de mest. Als je dit doorrekent, is er in Nederland plaats voor meer koeien. De berekening van Scholten sluit aan bij een berekening van een van mijn medewerkers. Die ontdekte dat de Nederlandse overheid een hogere fosfaatexcretie hanteert dan de Vlaamse overheid. Als Nederland de Vlaamse waarden zou overnemen, is er in Nederland zelfs helemaal geen mestoverschot meer. Maar we moeten ook eens goed meten waar fosfaat een probleem is. Je zou denken dat fosfaat dus vooral in het milieu zit in regio's met veel vee. En wat denkt u? In de praktijk is het fosfaatoverschot vooral in de Randstad en Zeeland en juist niet in de gebieden met veehouderijen in het noorden, oosten en zuiden van het land. Het is zo zonde dat topbedrijven moeten krimpen, terwijl milieuvervuilende luchtvaart en wegverkeer wel mogen groeien Onderzoeksjournalist Geesje Rotgers van V-focus heeft dit op een kaart van Nederland gezet. Ze presenteerde die bij een bijeenkomst die ik vorige week had georganiseerd over het fosfaatstelsel. 'Dus welk probleem lossen we eigenlijk op met dit fosfaatstelsel?' vroeg Rotgers scherp aan de zaal. Duidelijk niet het mestprobleem, als dat al een echt probleem is. Met echte cijfers en echte metingen moeten we echt beleid kunnen maken. Dan is er wel ruimte voor de veehouderij en kan de sector weer herstellen tot een economische 'witte motor'. De Nederlandse melkveebedrijven behoren tot de wereldtop: zo ongelooflijk efficiënt en innovatief vind je ze bijna nergens. Het is zo zonde dat topbedrijven moeten krimpen, terwijl milieuvervuilende luchtvaart en wegverkeer wel mogen groeien. Melkveehouders, landbouworganisaties en politiek moeten samen aan de slag gaan. Nu de echte cijfers boven water zijn gekomen, moet minister Carola Schouten (LNV) overstag gaan. Ze moet de echte wil tonen om de melkveehouders de ruimte te geven die hun toekomt.

De Dokkumse zuivelcoöperatie wil in heel Friesland een ‘belevingsindustrie’ aanwakkeren

Een melkfabriek op zo’n toplocatie? “Ja, juist op zo’n toplocatie”, zegt Hessel Jan Sinnige. Samen met voormalig chefkok Sander Wijnstra en pattisier Wiebe de Jong heeft hij Zuivelcoöperatie Zuco U.A. opgericht. Vooral om onder het oog van het publiek van dagverse melk zuivel te maken, karnemelk, yoghurt, kwark en ijs. Sinnige is agrarisch ondernemer en van oorsprong veehouder en had in Dokkum Buiten ooit 170 melkkoeien grazen. Toen al zette hij erg in op zijn ‘maatschappelijke functie’. “Boeren zijn vaak negatief in het nieuws: ze bevuilen het fietspad en gaan zogenaamd niet goed met hun vee om. Het publiek mist de aansluiting met het agrarisch bedrijf, dus op open dagen probeerde ik te laten zien waar de melk vandaan komt.” Totdat hij chronische rugklachten kreeg. Hij moest noodgedwongen zijn bedrijf verkopen, maar weigerde zijn passie op te geven. “De agrarische sector heeft storytelling nodig.” “De regionale grondgebonden familiebedrijven moeten weer contact zoeken met de consumenten, om die band te herstellen die er vroeger was. En voor zoiets heb je een toplocatie nodig, midden in het drukke winkelgebied van Dokkum.” Sinnige, ook een van de mensen achter het keurmerk De Molkerij dat regionale producten ondersteunt, besloot met zijn twee partners een ‘ouderwetse melkcoöperatie’ op te richten, die zelf het land, de koe, het voedsel en het zuivelproduct in handen heeft. “Wij gaan van gras tot glas.” Zuco biedt ambachtelijke producten aan, maar consumenten kunnen ook om speciale producten vragen. “Zo kregen wij het verzoek van een voedings- en lijfstijlcoach die vette yoghurt en eiwitrijke kefir wil, hapklaar met een eigen receptuur voor sporters. Dat kan worden gemaakt van A2-melk met omega 3-vetzuren. Ik weet dat je daarvoor Jersey-koeien nodig hebt, en grasrijk rantsoen als voeding. Vooral géén snijmais. Met die kennis kun je een specifiek product leveren. En dat doen we dus ook.” Lees hier het complete artikel: https://www.trouw.nl/samenleving/de-dokkumse-zuivelcooperatie-wil-in-heel-friesland-een-belevingsindustrie-aanwakkeren~ad344ead/

‘RIVM forceert zelf oplopende ammoniaktrend in natuurgebieden’

Den Haag, 7 februari 2019. De ammoniakconcentraties in natuurgebieden lopen op door een foutieve wiskundige bewerking van de meetresultaten door het RIVM. Zonder die wiskundige bewerking, zou er geen sprake zijn van een oplopende trend. Daarnaast blijken de twee ammoniakmeetstations voor hoogbelaste veehouderijgebieden fout te zijn geplaatst. https://www.youtube.com/watch?v=t40rnXRe4LA Meetstation Vredepeel (op de grens van Noord-Brabant en Limburg) staat veel te dicht op een pluimveebedrijf en meetstation Wekerom (Gelderland) blijkt boven een stinkende rioolput te zijn neergezet, waaruit ammoniak vrijkomt. Dit zijn enkele van de bevindingen uit het lopende onderzoek naar de representativiteit van de ammoniakmetingen door het RIVM. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een team van onderzoekers en gefinancierd door Stichting Mesdag Zuivelfonds. Jaap Hanekamp (onderzoeker) en Geesje Rotgers (onderzoeksjournalist) lichtten hun nieuwste bevindingen vandaag toe aan de Tweede Kamer. In 2005 begon het RIVM met het meten van de ammoniaconcentraties in de lucht, in natuurgebieden (het zogenaamde MAN-meetnet). Tegenwoordig wordt op 293 locaties gemeten. Volgens het RIVM is er gemiddeld genomen sprake van een oplopende trend, m.a.w. een toename van ammoniak in natuurgebieden. Uit het lopende wetenschappelijke onderzoek van Stichting Mesdag Zuivelfonds blijkt echter dat de metingen zelf geen trend laten zien. Pas na een wiskundige bewerking van de meetresultaten is er sprake van een oplopende trend (toename van ammoniak). “Het RIVM forceert zelf die oplopende trend. De wiskundige bewerking die het RIVM toepast is volgens de internationale wetenschappelijke gemeenschap fout en ontoelaatbaar”, stelt onderzoeker Jaap Hanekamp, die samen met de Amerikaanse wiskundige Matt Briggs de werkwijze van het RIVM heeft getoetst. [b]Ammoniakmeter opgehangen boven rioolput[/b] Ook met de luchtmetingen in veehouderijgebieden gaat het nodige mis. In Nederland zijn vier landbouwmeetstations opgesteld, waarvan twee in gebieden met veel (intensieve) veehouderij: Vredepeel en Wekerom. In 2018 toonden Hanekamp en Rotgers aan dat meetstation Vredepeel letterlijk ‘onder de rook’ van een pluimveebedrijf is neergezet (op 150 meter), terwijl de afstand volgens de eigen instructies van het RIVM, minimaal 300 meter had moeten bedragen. In Wekerom blijkt de situatie nog ernstiger: bij een bezoek aan het meetstation blijkt de meter vrijwel boven een stinkende put van het rioolgemaal te zijn neergezet. Volgens de eigenaar van de rioolput, Waterschap Vallei en Veluwe, ontsnapt er ook ammoniak uit de put, naast een aantal andere gassen. Verder is dit meetstation in de jaren steeds meer ‘ingesloten’ geraakt door een groeiend metaalbedrijf met veel vrachtverkeer – ook vrachtverkeer stoot ammoniak uit – en staan er meerdere veebedrijven op te korte afstand, waaronder een varkensbedrijf dat niet emissiearm is. [b]Ammoniakbeleid bepaald door discutabele metingen[/b] De metingen in Vredepeel en Wekerom hebben sinds jaar en dag het ammoniakbeleid voor de veehouderij bepaald. Beleidsmakers en politici baseerden zich op de meet-trends van met name beide meetstations. Volgens het RIVM zijn deze meetstations tegenwoordig minder bepalend voor het ammoniakbeleid voor de veehouderij, vanwege de totstandkoming van het veel fijnmazigere natuurmeetnet (MAN-meetnet). Echter, hier forceert het RIVM met zijn wiskundige bewerking van de op zich vrij neutrale meetuitslagen zelf een oplopende trend.

STAF start zaak tegen Vitens

[b]Uit de STAF nieuwsbrief:[/b] Boeren en tuinders hebben de afgelopen weken een behoorlijke stapel ‘agrarische ergernissen’ afgeleverd bij de Stichting Agri Facts. STAF heeft ervoor gekozen in de aanvangsperiode niet te hard van stapel te lopen en niet teveel zaken tegelijkertijd op te pakken. Het lijkt wellicht gemakkelijk om partijen tot rectificatie te bewegingen, maar dat is het niet. Het vraagt om een weloverwogen strategie. Eén van de ergernissen die in onze postbus belandde, gaat over het waterbedrijf Vitens. Dit bedrijf adviseert mensen te besparen op leidingwater door minder vlees te eten. Voor de productie van 1 kilo rundvlees is volgens Vitens wel 15.000 liter water nodig. Vitens heeft duidelijk een klokje horen luiden, maar zich er verder niet in verdiept. Anders had dit waterbedrijf geweten dat 85-90 procent van het benodigde water niet geleverd werd door Vitens, maar gewoon regenwater betreft dat op de weilanden valt en waar het gras van groeit. Gras dat vervolgens door de koeien wordt gegeten. Voor de productie van rundvlees wordt relatief weinig leidingwater gebruikt. Deze waterzaak moet snel worden rechtgezet. STAF is deze week een zaak begonnen tegen Vitens. Het bedrijf is gemaand zijn onjuiste berichtgeving binnen twee weken in het openbaar te rectificeren. Vitens is de grootste waterleidingmaatschappij in Nederland en levert in Friesland, Gelderland, Overijssel, Flevoland, Utrecht. De aandelen van Vitens zijn (in)direct in handen van provinciale en gemeentelijke overheden. [b]Wil je de STAF nieuwsbrief voortaan ook ontvangen??:, meld je hier aan: http://stichtingagrifacts.nl/ (rechts op de pagina)[/b]

ZURE MELK TROFEE UITGEREIKT AAN PBL (VIDEO)

[b]Ik was ook mee, het werd een welles-nietes spelletje over de interpretatie van de cijfers, [url=http://stichtingagrifacts.nl] Stichting Agrifacts[/url] heeft wel wat los gemaakt in het hol van leeuw :) :[/b] Dinsdag 15 januari zijn bestuurders van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, samen met een delegatie leden, afgereisd naar het PBL in Den Haag. Daar heeft NMV-voorzitter Harm Wiegersma de ZURE melk trofee uitgereikt aan de dames van het PBL. https://www.youtube.com/watch?v=-bMtVCAzIQM [b]Een ontbrekend woord maakt het verschil met factor 10[/b] Ook voor de emissies van broeikasgassen geldt dat. Aanvankelijk werd er in een rapport gemeld dat door de consumptie van dierlijke eiwitten te halveren, een emissiereductie behaald kan worden van 25 tot 40 procent. Het woordje ‘landbouwgerelateerde’ ontbrak voor die emissiereductie. Hiervoor kan dat ene zinnetje door een leek nogal uit de context gehaald worden. Daardoor ontstond mogelijkerwijs het beeld dat de forse klimaatwinst die het PBL suggereerde over alle emissies ging. Terwijl het ging om landbouwgerelateerde emissies. De klimaatwinst die namelijk over alle emissies behaald zou kunnen worden was 2 tot 4 procent winst landelijk gezien, bij een halvering van de consumptie van dierlijke eiwitten. Mevrouw Beck antwoordde hierop als volgt: ‘Iemand die maar enigszins deskundig is op het gebied van emissies, weet dat het niet zo gelezen moet worden. De cijfers kloppen, alleen een taalkundige verduidelijking maakte het duidelijker. We vinden het positief dat jullie onze publicaties nauwlettend beoordelen en nakijken, maar de basis van de cijfers kloppen’. Vanuit de zaal wordt benadrukt dat niet alleen deskundigen de rapporten van het PBL lezen. Juist daarom is het belangrijk dat er geen ruimte is voor misinterpretatie. De gemiddelde burger kan gemakkelijk met deze cijfers aan de haal gaan. Daardoor wordt het negatieve frame rondom de landbouw versterkt. Vanuit het PBL zijn een aantal landbouwgerelateerde rapporten uitgereikt aan alle aanwezigen. Als antwoord daarop geeft NMV aan dat het goed zou zijn als PBL zelf eens de theorie aan de praktijk gaat staven. Zodat zij met eigen ogen kunnen zien welke consequenties de door hen geopperde voorstellen hebben voor boerengezinnen. NMV nodigt hen daarom van harte uit om op werkbezoek te komen bij een aantal melkveehouders. Deze uitnodiging wordt warm ontvangen door het PBL. Bron: NMV

Keuze voor kievit bij mestinjectie levert boer in Friese greidhoek voorwaardelijke straf op

De bemesting van een maïsperceel is een boer in de greidhoeke ruim anderhalf jaar geleden duur komen te staan. Als fervent weidevogelbeschermer werkt hij al jaren samen met de vogelwacht om de nestelende kieviten en andere weidevogels zo goed mogelijk te helpen bij het nestelen van de kieviten en opgroeien van de kuikens. Voordat de maïs zou worden ingezaaid in mei 2017 is het omgeploegde land bemest met de zodebemester. Vogelnesten werden gespaard, maar het kon niet worden voorkomen dat er mede daardoor mest op de bovengrond bleef liggen. En dat is niet toegestaan volgens de meststoffenwet. Mest moet direct worden ondergewerkt. Rechtbank Omdat dit direct onderwerken niet is gebeurd, kwam de bijzonder opsporingsambtenaar (boa) in actie. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) legde de boer al een korting op van de landbouwsubsidie van bijna vijfduizend euro. ,,Tegen een schikking die daarbovenop zou komen, hebben we dan ook bezwaar aangetekend”, zei zijn advocaat gisteren in de rechtbank. Volgens haar zou uit jurisprudentie blijken dat de boer niet nog eens gestraft zou kunnen worden voor hetzelfde feit. Je hebt te maken met de werking van een machine en aan de andere kant met de liefde voor de vogels De rechter ging hier niet in mee omdat volgens een latere uitspraak van het Hof een combinatie van een korting en een geldstraf wel mogelijk is. ,,De korting op de Europese landbouwsubsidies van meer dan 3 procent is een bestuursrechterlijke zaak, daarnaast kan de zaak ook strafrechterlijk nog worden behandeld.” Ook het feit dat de zaak na anderhalf jaar pas voor de rechter verschijnt, was volgens de rechtbank geen reden om de zaak niet te behandelen. Spagaat De melkveehouder toonde zich gisteren tijdens de behandeling van de zaak bewust van het feit dat je met een goede bescherming van de nesten, minder goed in staat bent om alle mest direct onder te werken. ,,Je zit in een spagaat. Laat je de loonwerker komen, dan kun je niet goed de nesten beschermen. Het ging in ons geval om 2,5 hectare van de totale oppervlakte vijftig hectare land, bedoeld voor maïs. Op dergelijk ondergeploegd land zitten altijd veel kieviten. In dat jaar waren er vier nestjes. Omdat het om ondergeploegd land gaat, leidt dat ertoe dat waar je rijdt, de bodem inspoort en dat de mest daardoor minder goed in de bodem terechtkomt. Er blijft dan altijd wat op liggen.” De officier van justitie erkende dat de boer met zijn handelen in een spagaat was gekomen. ,,Je hebt te maken met de werking van een machine en aan de andere kant met de liefde voor de vogels. Er is echter sprake van een strafbaar feit.” Zij kwam dan ook met een eis van vijftienhonderd euro boete waarvan duizend euro voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar. Geen waarschuwing De advocaat van het melkveebedrijf stelde dat de boer zeer zorgvuldig tracht om te gaan met milieu en weidevogels en dat het onbegrijpelijk is dat de huidige wetgeving ertoe leidt dat een boer dan kan worden geconfronteerd met fikse boetes. Ook was ze kritisch op de houding van de boa. ,,Normaliter is het zo dat wanneer je nooit iets verkeerds hebt gedaan, er een waarschuwing volgt. Nu werd er direct opgetreden terwijl er geen winstbejag is geweest en de boer een gewetenskeuze heeft moeten maken.” De economische politierechter zei te beseffen dat er een gedegen afweging van belangen is geweest, maar dat er desondanks sprake is geweest van een overtreding van de regels. ,,De mest is niet direct ondergewerkt.” Hij nam de eis dan ook deels over. Het leverde de boer een geheel voorwaardelijke boete op met een proeftijd van twee jaar.

EMB: noodzaak marktregulering groter dan ooit

In het huidige geopolitieke landschap, met een dreigende zuivelcrisis, is de noodzaak voor een instrument waarmee Brussel kan ingrijpen in de Europese zuivelmarkt groter dan ooit. De European Milk Board (EBM) dringt er daarom zeer sterk op aan bij de Europese Commissie dat hun 'Market Responsibility Programme' verankerd wordt in het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De EBM, een organisatie van Europese melkveehouders, vreest een nieuwe zuivelcrisis. „Met de Brexit-onderhandelingen wil het maar niet vlotten”, zegt vice-voorzitter Sieta van Keimpema. „Als er straks een Brexit is zonder deal, dan zijn er van de ene op de andere dag geen Europese handelsverdragen meer met Engeland. Dat betekent niet alleen dat er dan geen afzet meer is voor de relatief geringe hoeveelheid melk die Nederland naar Groot-Brittannië exporteert, maar ook dat de alle melk die andere EU-landen in Engeland afzetten, op de binnenlandse markt blijft hangen.” Tel daarbij op de onderhandelingen over een vrijhandelsverdrag met het Latijns-Amerikaanse handelsblok Mercosur. Dat kan leiden tot een extra aanvoer van bijvoorbeeld Braziliaans rundvlees. Van Keimpema: „Men wil in 2019 zowel de Mercosur-deal als de Brexit afronden. Als er dit jaar een Brexit komt zonder deal, zitten zowel melk als vlees in de problemen.” TTIP Ook de TTIP, het handelsverdrag tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie, hangt als een dreigende wolk boven de markt. Europa zet volgens de EMB de landbouw maar al te graag in als wisselged voor bijvoorbeeld de auto-industrie. Een vrijhandelsovereenkomst creëert voor de Europese melkveehouderij dan een ongelijk speelveld. In vergelijking met hun Amerikaanse collega's moeten Nederlandse boeren aan veel meer eisen voldoen. ,,Amerika kent bijvoorbeeld geen I&R-systeem, en voor slachtvee geldt alleen de regel dat de koe nog op vier poten moet kunnen staan. Verder wordt er niet of nauwelijks gekeurd”, weet Van Keimpema. ,,Als de TTIP doorgaat, zijn we als melkveehouders de klos.” Opbrengstprijs 10 cent te laag Kortom: er loeren diverse gevaren voor de Europese melkveehouderij. Uit een brede EMB-studie naar de kostprijs van melk in de grote Europese zuivellanden is bovendien gebleken dat de Europese boer gemiddeld 10 cent te weinig beurt voor een liter melk om alle toegerekende kosten te dekken. De EMB pleit al jaren voor een Market Responsibility Prgramme, maar gezien de huidige situatie wordt zo'n maatregel steeds urgenter, stelt Van Keimpema. De EMB heeft een index ontwikkeld voor de zuivelmarkt. Als die index stijgt, is er meer vraag naar melk en loopt de prijs op. Bij een dalende index is er te veel melk. Boeren zouden dan in eerste instantie vrijwillig minder kunnen gaan melken, tegen een vergoeding (bonus) voor elke niet-geleverde liter melk. „Dat instrument heeft de EU in 2016 ook toegepast na de Russische boycot; toen was er van oktober 2016 tot januari 2017 sprake van een vrijwillige productiebeperking en dat werkte heel goed”, volgens Van Keimpema. „Vooral de intensieve zuivellanden zoals Ierland maakten gebruik van deze regeling. Wij willen dat dat instrument direct kan worden ingezet bij een onrechtmatige verstoring van de markt.” Geld wat nu nog verdwijnt in het subsidiëren van interventieregelingen, kan dan worden aangewend voor het financieren van de bonus bij vrijwillige productiebeperking, stelt de EMB. Dit instrument zou een vast onderdeel moeten worden van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid, bepleit de EMB. Huiverig Binnen de Europese Unie is men echter huiverig voor marktregulering; Eurocommissaris Phil Hogan niet in de laatste plaats. Maar volgens Van Keimpema is er sowieso al geen sprake van een vrije markt. „Men roept dan 'de markt moet het doen', maar 'de markt' wordt tegenwoordig vooral bepaald door handelsverdragen.” Daarnaast is het zo dat de Europese Commissie simpelweg te weinig kennis heeft van de zuivelmarkt om te begrijpen waarom marktregulering verstandig zou zijn, zegt Van Keimpema. De Milk Market Observatory is speciaal in het leven geroepen om transparantie in de Europese zuivelsector te bovrderen en om tijdig marktontwikkelingen te analyseren. Maar feit is volgens Van Keimpema dat bijvoorbeeld niemand precies weet hoeveel mager melkpoeder er in particuliere opslag zit. „Dat was vroeger, vanwege de subsidie die ermee gemoeid was, veel meer in beeld dan tegenwoordig. Er kan maar zo nog 400.000 ton in particuliere opslag liggen. Er móet nu een plan komen om te voorkomen dat de melkprijs straks gigantisch onderuit gaat.”

Ledenraad FrieslandCampina stemt voor gebalanceerde groei

[b]Vandaag stemde de ledenraad van Zuivelcoöperatie FrieslandCampina in met het voorstel van gebalanceerde groei. Deze aanpassing zorgt voor een goede balans tussen het aanbod van boerderijmelk en marktvraag, nu en in de toekomst. De gebalanceerde groei sluit aan bij de nieuwe strategie van FrieslandCampina met een focus op markt en duurzaamheid.[/b] Frans Keurentjes, voorzitter bestuur Zuivelcoöperatie FrieslandCampina U.A.: “Afgelopen jaar hebben de leden van de zuivelcoöperatie veelvuldig en diepgaand met elkaar gesproken en stevig gediscussieerd over de balans tussen aanbod van boerderijmelk en marktvraag. De ledenraad heeft voor het voorstel tot gebalanceerde groei gestemd. Hierdoor kan de onderneming beter inspelen op rendabele afzet van melkproducten en kan de bedrijfsontwikkeling van het individuele melkbedrijf gebalanceerd plaatsvinden.” Als het totale aanbod boerderijmelk van de leden-melkveehouders in hetzelfde tempo groeit als de marktvraag, is er sprake van gebalanceerde groei. De ruimte voor groei wordt bepaald door een marktconform groeipercentage dat steeds voor een periode van twee jaar wordt vastgesteld op basis van voorspellingen van toekomstige wereldwijde groei. Voor 2019 en 2020 is het marktconforme groeipercentage vastgesteld op 1,5 procent. Daarnaast ontstaat er groeiruimte door bedrijven die stoppen, vertrekken of het hun toegekende vergelijkingsvolume niet benutten. Wanneer het collectieve melkaanbod boven de marktconforme groei uitkomt, geldt voor individuele melkveebedrijven die meer zijn gegroeid dan hun vergelijkingsvolume plus de latente ruimte toestaat een inhouding van 10 eurocent per kilo melk over de extra geleverde boerderijmelk. Voor bijzondere melkstromen kan van het marktconforme groeipercentage worden afgeweken als er meer vraag is dan aanbod van boerderijmelk voor die stroom. De aanpassing van het Melkgeldreglement gaat in op 1 januari 2019. Bron: Friesland Campina

Sleepvoetbemester mag in 2019 gebruikt worden, mits mest met water verdund wordt

De sleepvoetbemester mag in 2019 en mogelijk ook in 2020 gebruikt worden, mits de boer bij controle aannemelijk kan maken dat hij bij de aanwending van de drijfmest deze met water in de verhouding van één deel water en twee delen mest heeft verdund. Dat schrijft minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in een brief aan de Tweede kamer. Per januari 2019 gaat het ‘sleepvoetverbod’ op grasland op klei- en veengronden in. Schouten benadrukt dat het verbod niet zozeer een verbod op het gebruik van de sleepvoetbemester betreft, maar een verbod op het met een bemester aanwenden van drijfmest of zuiveringsslib in strookjes tussen het gras op de grond. Bij die vorm van aanwenden van drijfmest is de ammoniakemissie namelijk aanzienlijk hoger dan bij het aanwenden van drijfmest in sleufjes in de grond met een zodenbemester of sleufkouterbemester. Alternatieven Er zijn in de afgelopen jaren alternatieven ontwikkeld voor het aanwenden van drijfmest of zuiveringsslib op grasland op klei en veen waarbij de ammoniakemissie gelijk aan of lager is dan die bij gebruik van een zodenbemester. Twee methoden blijken te voldoen: de methode waarbij met een pulsetrackbemester de drijfmest in kuiltjes van maximaal 5 cm breed in de grond wordt gebracht en de methode waarbij met water verdunde drijfmest met de sleepvoetbemester in strookjes van maximaal 5 cm breed tussen het gras op de grond wordt gelegd. Controle Het resultaat van de aanwending met de pulse-trackbemester kan op het oog worden gecontroleerd: als de mest netjes in de kuiltjes ligt en niet over de rand komt, is er sprake van emissiearm aanwenden. Het aanwenden van met water verdunde drijfmest met de sleepvoetbemester vereist echter technische borging. Om te kunnen controleren of er (voldoende) water voor verdunning is gebruikt, is op de machine aanwezige digitale apparatuur nodig die de waterverdunning monitort. Regelgeving Schouten is van plan beide alternatieven op te nemen in een ministeriële regeling zodat deze in 2019 kunnen worden toegepast voor aanwending van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op grasland op klei en veen. De technische borging van het alternatief waarbij met water verdunde drijfmest wordt aangewend met een sleepvoetbemester is echter voor die tijd niet gereed. Vooruitlopend daarop zal Schouten daarom regelen dat gedurende 2019 en 2020 door de boer bij controle aannemelijk moeten kunnen worden gemaakt dat hij bij de aanwending van de drijfmest deze met water in de verhouding van één deel water en twee delen mest heeft verdund. NVWA handhavingsplan 2019 Schouten zal de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vragen om in het handhavingsplan 2019 de naleving van dit alternatief expliciet mee te nemen. Middels een monitoringplan zal worden bekeken of de verwachte emissiereductie voldoende wordt bereikt. Indien de resultaten onvoldoende blijken, zal de minister bekijken of dit alternatief - in aanloop naar de in de versterkte handhavingsstrategie aangekondigde borgingstechnieken - moet worden heroverwogen. bron: Minsterie van LNV

Voorpagina Quotum.nu vernieuwd

[b]Quotum.nu bestaat al weer ruim 17 jaar. In al die jaren is [url=https://www.quotum.nu/fosfaatrechten/]de voorpagina[/url] vrijwel hetzelfde gebleven maar nu met al die verschilldende soorten aanbiedingen vonden wij het tijd voor een update.[/b] De laatste weken is [@Tinus] hiermee hard aan het werk geweest. Zoals jullie dat al hadden gezien heeft dat geresulteerd in een opdeling van al het aanbod in vier verschillende noteringen: [url=https://www.quotum.nu/fosfaatrechten/aanbod/index.php?categorie_id=1&sortcol=leverbaar&sortdir=DESC&page=1&fosfaatcategorie_id=&txsoort_id=1]Kooprechten 100% leverbaar[/url] [url=https://www.quotum.nu/fosfaatrechten/aanbod/index.php?categorie_id=1&sortcol=leverbaar&sortdir=ASC&page=1&fosfaatcategorie_id=&txsoort_id=1]Kooprechten 0% leverbaar[/url] [url=https://www.quotum.nu/fosfaatrechten/aanbod/index.php?test=1&categorie_id=2&sortcol=price&sortdir=asc&periode=1jarig&page=1&fosfaatcategorie_id=&txsoort_id=1]Leaserechten eenjarig[/url] [url=https://www.quotum.nu/fosfaatrechten/aanbod/index.php?categorie_id=2&sortcol=price&sortdir=asc&periode=meerjarig]Leaserechten meerjarig[/url] Op de voorpagina stond altijd een grote grafiek, maar nu zijn het 4 losse grafieken geworden en op elke grafiek klik je door naar naar het goedkoopste aanbod. De namen van de 5 goedkoopste aanbieders staan ook in de blokjes. Wij hopen al het aanbod hiermee nog overzichtelijker hebben gemaakt.

Grasbaal


Foto's
37
Video's
15
Topics
60
Reacties
11.729
Stemmen
591
Volgers

Over mij

Woonplaats: Spanbroek
Leeftijd: 55jr
Laatst op Boeren.nu: 1wk geleden
Laatst op Prikkebord: 3u geleden
Laatst op TractorFan: 3d geleden

Westfriese bourgondiër met een agrarisch hart

Bedrijven

Ervaring

Ik heb ervaring met de volgende machines:

Merk / type Waardering