Live updates

Wat is uw ervaring met het in dienst nemen van wajongers?

Zijn er hier leden die een eigen loonbedrijf hebben en wel eens een wajonger in dienst hebben genomen? Zoja wat is uw ervaring hierin? Wat zijn uw ervaringen met het personeel Was de wajonger zelfstandig genoeg om met groot agrarische machines om te kunnen gaan? Wat vond u van de regelingen/voordelen die u kreeg van het uwv? Wat zou u graag veranderd willen zien in deze regelingen? Zou u in de toekomst wel/niet weer een wajonger in dienst nemen? zoja/zonee waarom wel/niet? De reden van deze vraag is vanwege mij het aanbod is gedaan om een wajonger in dienst te nemen maar niet precies weet wat ik kan/moet verwachten. Ik heb mij beetje in verdiept en ik vind het nog al wat om een wajonger op pad te laten gaan met zware machines. Denken jullie daar ook zo over? Niks negatiefs over deze mensen maar voor zover ik begrepen hebt komen deze mensen in de Wajong circuit ter recht omdat ze lichamelijk/geestelijk niet goed functioneren. Agrarische machines zijn geen speelgoed en vind het dus op eerste gezicht erg risicovol. we hebben geen tijd om elk uur als oppas te gaan spelen en ook de jobcouch doet dit niet. Maar goed misschien heb ik nu ook wel teveel vooroordelen en is mijn angst onterecht, daarom open ik dit topic. Op het uwv forum lees ik veel ervaringen van wajongers zelf maar ik kan totaal niks vinden over ervaringen van werkgevers die zelf wajongs in dienst hebben gehad. Ik wil dus graag een beeld krijgen van de andere kant. Als er wajongers hier aanwezig zijn en hun verhaal kwijt willen over hun ervaringen in de agrarische sector/loonbedrijf dan hoor ik deze ook graag.

LTO - Onze worsteling met fosfaat

Door Jos Verstraten, Afgelopen week is het 3 jaar geleden dat ik bestuurder werd bij LTO. En in die 3 jaren draaide bijna alles rondom één centraal thema: fosfaat. Het zich voortslepende fosfaatdossier beweegt zich in de laatste maanden van het jaar richting een climax en tegelijkertijd een deceptie. In de vakgroep is de basislijn altijd helder geweest: derogatie behouden is noodzakelijk voor de Nederlandse veehouderij en groei in dieren kan alleen binnen de grenzen van de milieukaders (stikstof, fosfaat, NH3 en CO2). Aangezien de groei te onstuimig was, is een begrenzing in de vorm van het fosfaatrechtenstelsel geïntroduceerd. Knip LTO wilde een transitiemodel: afromen van rechten gedurende 6 jaren om onder het fosfaatplafond te komen. Dit was in Brussel echter vanwege het ontbreken van garantie voor nog langere overschrijding van het plafond onacceptabel. Er zouden dan ook meer rechten uitgedeeld worden dan het sectorplafond groot was en dat is ongeoorloofde staatsteun. Diezelfde reden zorgde ook voor uitstel van de invoering naar 2018 waardoor de sector genoodzaakt was om voor de tussenliggende periode zelf een oplossing te ontwikkelen: het fosfaatreductieplan. Op 6 december 2016 werd met een grote meerderheid de Fosfaatwet aangenomen. De knip werd gemaakt tussen grondgebonden of niet met de daarbij horende consequentie ten aanzien van de korting. De afroming bij verhandeling van rechten werd voorbestemd aan grondgebonden bedrijven en jonge ondernemers. De vakgroep had ingezet op het invoeren van een referentie gebaseerd op het gemiddelde aantal dieren tussen 1 januari 2015 en 2 juli. Daar ging de Kamer om juridische reden niet in mee. 2 juli 2015 werd het ijkpunt. De pijn van de beperking voor iedereen en de krimp voor velen wordt breed gevoeld en leidt soms tot grote frustraties. De diversiteit in onze sector is groot wat tot veel spanningen en wijzen naar elkaar heeft geleid. Voor het binnenhalen van de derogatie hebben we een hoge prijs betaald, maar het besef is er steeds meer dat ook zonder een derogatie er grenzen zijn aan groei. Opdracht 3 jaar geleden kreeg ik van de inmiddels opgeheven vakgroep ZLTO een specifieke opdracht mee richting de vakgroep LTO Melkveehouderij: als gevolg van de introductie van fosfaatrechten mogen er geen bedrijven omvallen. Ik heb deze opdracht zeer serieus genomen. Er is de afgelopen jaren veel inzet gepleegd richting de groep bedrijven, binnen en buiten LTO Nederland om, die buitenproportioneel de negatieve gevolgen voelen van de nieuwe wet. Vele mogelijkheden en oplossingen zijn de revue gepasseerd. Zo wilde de vakgroep er fosfaat voor reserveren, maar zo werkt het niet. Je kunt niet vóóraf een volume vastleggen, je kunt alleen kaders stellen. Het volume vloeit uit de kaders voort. Die kaders kan je niet als bestuurders vaststellen, daarom zijn mede op ons initiatief de kaders nader geduid door de knelgevallencommissie Kalden en vastgesteld in de Tweede Kamer. De commissie Kalden vond 1% korting voor knelgevallen door de niet-grondgebonden bedrijven het maximaal aanvaardbare. Daardoor gaven de kaders weinig ruimte. De commissie gaf vorig jaar al aan dat disproportionaliteit niet generiek te bepalen was maar individueel getoetst moest worden. Het ontschotten ( met veel mitsen en maren) tussen sectoren was ook een mogelijkheid geweest om extra ruimte te generen. Als gevolg van onvoldoende draagvlak binnen zowel de sectoren als politiek is dit echter niet gebeurd. Rumoer De laatste tijd is er ook veel rumoer ontstaan rondom het uitdelen van rechten aan de vleesveehouderij waarbij de suggestie is gewekt dat deze onterecht is en hier ruimte zit voor knelgevallen. Feit is dat door de identieke diercategoriën in de meststoffenwet jongvee van vleesvee is meegetrokken in het stelsel. Dankzij met name de inzet van de vakgroep Vleesvee, is er sprake van ontvlechting, op vrijwillige basis. De overheid heeft vleesveehouders gecontroleerd en in veel gevallen herbeschikt op de juiste diercategorie: rechten voor vleesvee zijn alleen toegestaan voor jongvee bedoelt om een kalf te krijgen. Door enkele opportunisten wordt voortdurend gewezen op bereidheid van Brussel voor een transitiemodel. Daarmee wordt steeds valse hoop gegeven. Brussel wil best meedenken maar onder voorwaarde dat er géén overschrijding van het fosfaatplafond plaatsvindt en er géén extra rechten of ontheffingen boven het sectorplafond worden uitgegeven omdat dit ongeoorloofde staatssteun is. Geen draagvlak Daardoor blijft er uiteindelijk maar één optie over en dat is meer ruimte halen bij niet grondgebonden melkveehouders. Er is teveel gebeurd en te weinig solidariteit in onze sector om dat offer vrijwillig te brengen. Daarbij zorgt het weer voor nieuwe knelgevallen. Het geeft een onbehaaglijk gevoel dat daarmee de basis van onze vereniging, samenwerken aan het collectieve belang, word aangetast. Mijn opdracht vanuit ZLTO heb ik niet 100% waar kunnen maken. Inmiddels is wel duidelijk dat er bedrijven zullen moeten stoppen omdat zij de last niet kunnen dragen of dat hun lot afhangt van de rechtsgang waarbij het de vraag is of het bedrijf gedurende dat proces in de benen is te houden. We kennen allemaal schrijnende gevallen. De kritiek van melkveehouders op de LTO organisatie zoals die zich deze week ontspringt in de media, is heftig. Ik interpreteer het als een kreet van wanhoop en frustratie richting politiek, collega’s en bestuurders. Gevoelsmatig begrijpelijk en ik voel me als bestuurder ook aangesproken. Maar tegelijkertijd ben ik ook van mening dat wij de afgelopen jaren het maximale eruit hebben gehaald. Hoe onbevredigend het eindresultaat dan ook is. Jos Verstraten is bestuurslid van de vakgroep LTO Melkveehouderij

Fendt 936

John Deere 1640

Ford 5640

Ford 6640

Netwerk GRONDig overhandigt samen met kringloopboeren petitie aan het LNV

Vandaag, dinsdag 11 december 2018, overhandigt het Netwerk GRONDig samen met een peleton kringloopboeren de petitie 'Bestaande kringloopboeren demarreren naar Den Haag' aan het ministerie van LNV. ‘Geachte Kamerleden van de commissie LNV: Wij staan hier voor u: kringloopboeren van het eerste uur. Wij dragen al langer de kenmerken van een ander, duurzaam landbouwsysteem. Wij zijn het peloton, de koplopers voor al de bedrijven die transitie naar kringlooplandbouw in (moeten) gaan zetten. Kringlooplandbouw breekt met de oude landbouw, die gebaseerd is op zo hoog mogelijke voedselproductie tegen zo laag mogelijke kosten. Wij dienen meerdere belangen: voedsel, natuur, klimaat en bodemkwaliteit – en ze gaat uit van de draagkracht van de aarde en een efficiënt gebruik van grondstoffen op bedrijfsniveau en in de regio. Breken met de oude landbouw is ook breken met de oude cultuur en patronen die samenhangen met conventionele landbouw en haar in stand houden. Dat zijn veel schakels om de boerderij heen: kennisinstituten, erfbetreders, onderwijs en ook de overheid.’ "Kringlooplandbouw gaat niet alleen over eiwit of fosfaat" De visie van minister Schouten krijgt in 2019 vorm. De al bestaande grondgebonden kringloopboeren togen daarom naar Den Haag. Zij willen dat hun praktijkkennis en ervaring de lead krijgt in een eigen meerjarig Praktijkprogramma. Kringlooplandbouw gaat niet alleen over eiwit of fosfaat. Echte kringloopboeren zijn systeemdenkers en doeners. Het inzoomen op slechts deelaspecten van een bedrijf is dé valkuil. De huidige kringloopboeren willen dan ook dat andere kennisinstituten naast de WUR net zo goed worden betrokken bij de uitvoering van Schoutens visie. De Tweede Kamerleden kunnen een belangrijke rol spelen om de minister te verzoeken ook middelen in te zetten voor opschalen bestaande praktijkkennis met andere kennisinstituten. Die staan dichter bij de boeren. Overhandiging petitie Dictus Hoeksma, kringloopboer in Friesland van het eerste uur en lid van de boerenvereniging VANLA richt het woord tot de Kamerleden. Om 13.45 uur vindt in de Statenpassage de overhandiging van de petitie plaats. De organisatie is in handen van Netwerk GRONDig. Zeker 22 kringloop organisaties steunen het verzoek voor de uitvoering van een eigen Praktijkprogramma. Bron: Netwerk GRONDig

Tractors Diverse

John Deere 6250R

Fendt 309

Stichting Agri Facts boekt eerste resultaat

Op 3 december is de Stichting Agri Facts, STAF, opgericht. De stichting gaat ‘gekleurde’ wetenschappelijke rapporten toetsen. ‘Afgelopen jaar zijn er zoveel rapporten en onderzoeken naar buiten gekomen. Wij onderzoeken of die kloppen, zo niet dan vragen we rectificatie en nemen zo nodig juridische maatregelen’. „Afgelopen jaar zijn er zoveel rapporten en onderzoeken naar buiten gekomen. Wij onderzoeken of die kloppen, zo niet dan vragen we rectificatie en nemen zo nodig juridische maatregelen”, zegt John Spithoven, melkveehouder in het Gelderse Maurik en voorzitter van de nieuwe stichting. „Er verschijnen zoveel rapporten van en voor overheden en ngo’s. Als wij er vraagtekens bij hebben, laten we het onderzoeken en vragen om rectificatie. Met de publicaties wordt nieuw beleid ontwikkeld. Staan er onjuistheden in dan is het toekomstig land- en tuinbouwbeleid ook niet juist”, licht de voorzitter toe. Correctie bijdrage vleesconsumptie op klimaatprobleem Het eerste heeft STAF het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gevraagd de berichtgeving over het Klimaatakkoord en broeikasgasuitstoot ten aanzien van de landbouw te corrigeren. In zijn publicaties en berichtgeving stelt het PBL dat het eten van dierlijke producten een forse bijdrage levert aan het klimaatprobleem; het eten van minder vlees wordt gezien als een belangrijke oplossing voor het halen van de klimaatdoelen. „Deze voorstelling is misleidend. Deze rapporten liggen wel bij het klimaatoverleg op tafel en zijn basis voor toekomstig beleid. Dat klopt niet”, aldus John Spithoven. Krimp van de veehouderij heeft op het totale klimaatvraagstuk een zeer beperkt effect. Het is volgens de stichting onjuist te suggereren dat het eten van minder dierlijke producten aanzienlijk bijdraagt aan het halen van de klimaatdoelen. „Over twee weken weten we of er rectificaties volgen, zo niet dan gaan we juridische stappen ondernemen”, zegt John Spithoven. Inmiddels heeft STAF een eerste reactie van het PBL ontvangen. Daarin geeft het PBL aan een onjuistheid die STAF signaleerde, meteen te hebben gerectificeerd. Een uitgebreidere reactie is nog onderweg. Non-profit De Stichting Agri Facts heeft als doel: Het controleren van de juistheid van (wetenschappelijke) feiten voor de onderbouwing van het land- en tuinbouwbeleid. Ook toetst STAF het gebruik van deze feiten en stelt zij alles in het werk om ervoor te zorgen dat correcte feiten worden gebruikt voor het land- en tuinbouwbeleid. De STAF wil haar doel onder meer te bereiken door het uitvoeren dan wel organiseren van wetenschappelijk onderzoek, lobbyactiviteiten en het genereren van media-aandacht. De STAF beoogt het algemeen nut en heeft geen winstoogmerk. De bestuursleden werken als vrijwilliger. Geesje Rotgers, wetenschapsjournalist, is de enige betaalde kracht. Bondgenoten financieren het onderzoek en stellen fondsen beschikbaar. „Het bestuur maakt de afweging welke onderwerpen wel of niet worden opgepakt op basis van het beschikbare budget, is er de juiste wetenschappelijke expertise te realiseren en verwachten we met het resultaat het beleidsmatige verschil te kunnen maken. We kijken hoe het loopt en gaan ons bewijzen. Het bedrijfsleven ondersteunt ons van alle kanten”, besluit John Spithoven. Tekst:Monique van Loon