Live updates

RFC: geen marktregulering maar melkgeld- reductieprogramma

Vrij melken blijkt een utopie, wie durft Sieta alsnog gelijk te geven?: Via een slim geformuleerde publicatie maakt Royal FrieslandCampina (RFC) op 16 april 2018 haar plannen bekend voor wat men “een duurzamere, marktgerichte coöperatie” noemt die “het melkaanbod in balans wil brengen met de marktvraag en de effectieve verwerkingscapaciteit”. Slim geformuleerd, want uit de reacties in de media blijkt dat door velen ten onrechte wordt aangenomen dat RFC een marktgericht melkreductieprogramma wil introduceren dat wordt vergeleken met het programma van de EMB en de DDB; het Markt Verantwoordelijkheid Programma (MVP). Echter, het MVP verschilt op belangrijke punten (http://www.ddb.nu/nieuws/ddb-publicaties/markt-verantwoordelijkheids-programma/). Zo is het MVP een crisisinstrument dat alleen in crisistijden het melkvolume reguleert én een kostendekkende melkprijs door vraaggericht te produceren, ten doel heeft. Het RFC plan heeft meer weg van een A en B quotum dat slechts het melkgeld, uitbetaald aan de leden, reduceert. Wantrouwen Reacties op het plan van RFC, zijn uiterst kritisch. Veel van het vertrouwen in de RFC bestuurders lijkt te zijn verdwenen. Zo geven leden in fora aan, geen enkel vertrouwen te hebben in hun invloed via de stemrondes op ledenbijeenkomsten, terwijl betreffende optie 5 (fosfaatrechten verkregen voor 16 april 2018 16.00 uur) “handel met voorkennis” voor bestuursleden wordt gesuggereerd. De referentieperiodes zijn onzorgvuldig samengesteld: de eerdere melkreductieprogramma’s van RFC en de EU Commissie blijken namelijk in deze referentieperiodes te liggen. Dit geeft voor leden, die solidair zijn geweest met het bestuur en minder melk hebben geleverd een bittere nasmaak. En terwijl bij deze eerdere actieprogramma’s (2016 en 2017) de leden nog op een positieve manier werden uitgenodigd om het melkaanbod in balans te brengen met de verwerkingscapaciteit van RFC (door een bonus uit te betalen aan leden die hun melkaanvoer afremden), gaat men nu over tot een korting op het melkgeld voor wie zijn A referentie overschrijdt. Waarmee RFC slechts de ‘grondstofprijs’ verlaagt voor het concern terwijl de leverplicht wordt gehandhaafd en RFC er voor kiest de markt te blijven overvoeren met overtollige melk die net als de poedervoorraden de marktprijzen negatief beïnvloeden. En terwijl RFC de afnameplicht een andere invulling wil geven, wordt over de leverplicht niet gesproken. Als RFC oprecht minder melk en een marktgerichtere aanvoer wil, omdat zij een bepaalde hoeveelheid melk niet met waarde kan verwerken, zou men juist de leveringsplicht moeten aanpassen. Dan kunnen de leden de melk waar RFC geen markt of verwerkingsruimte voor heeft, zelf eventueel elders afzetten. En behouden zij de leden plus de onmisbare solvabiliteit door deze leden. Tevens vraagt de DDB zich af in hoeverre dit voorstel van RFC voldoet aan de regels omtrent de markttoegang:. Niet alleen beperkt RFC de leden in hun productie, RFC verbiedt leden tevens de afzet naar andere kanalen terwijl de leden in hun bedrijfsontwikkeling worden ‘vast gezet’ door het verbod op handel in A-rechten die RFC ook volledig wil beheersen. Aangezien meer dan 80% van de melk in Nederland via RFC gaat, ligt de suggestie van ‘kartelvorming en marktuitsluiting’ op de loer. Ook lijkt men hier een schoolvoorbeeld te hebben voor “oneerlijke handelspraktijken” waar de Europese Commissie momenteel wetgeving tegen ontwikkelt: eenzijdige en met terugwerkende kracht ingevoerde contractbepalingen worden verboden. De eisen voor de ‘Top-line’ dienen in het huidige voorstel slechts RFC NV: leden moeten aan hogere, kostenverhogende eisen voldoen om hiervoor te mogen leveren. Maar in plaats van een kostendekkende melkprijs, passend bij de hoge kosten, krijgen deze leden slechts een hogere referentie voor de A-melk met een ‘uit de lucht gegrepen’ meerprijs van 3 cent. Omdat over een andere melkprijssystematiek niet wordt gesproken, wordt de A melkprijs straks echter nog steeds bepaald door grotendeels export georiënteerde bulkfabrieken. Zodat ook in de toekomst met de nieuwe marktstrategie van RFC, de leden (ook degenen die Top-line melk produceren) op en neer gaan met de wereldmarktprijs en geen zicht hebben op een duurzame, kostendekkende melkprijs. Nu duidelijk is dat echt marktgerichte productie of een kostendekkende melkprijs voor de leden niet de achterliggende gedachte is voor het RFC plan, lijkt slechts het opkrikken van de winst de hoofdreden voor het nieuwe programma. Na de kapitale missers in China en Pakistan is dit waarschijnlijk een eis van externe financiers zoals de Rabobank die bij monde van Ruud Huinre lovend is over het plan van RFC. Waarbij ook Huinre de indruk wil wekken dat RFC de melkleveranties gaat beperken en het plan ten gunste van de melkprijs is. Hetgeen beide niet het geval is. Ook het verliezen van één van de grootste klanten van RFC, die inmiddels 3 miljard liter melk verhandelt en een belangrijke concurrent in Nederland en Europa is geworden, zal debet zijn aan het huidige plan. Evenals het voornemen van de Europese Commissie om geen melkpoeder meer op te kopen in interventie. Onvoldoende verwerkingscapaciteit kan zeker het probleem niet zijn bij een concern dat meer dan 3 miljard euro ledengeld heeft besteed aan het uitbreiden van verwerkingscapaciteit vanaf 2011. En wat betreft gemist kapitaal: in de totale jaaromzet van RFC wordt ongeveer 30% als melkgeld uitbetaald. Als er aan kostenefficiëntie en marktgerichtheid moet worden gewerkt is het effectiever en doelgerichter als RFC de oplossing van haar problemen zoekt in het opschonen van het concern. De visie van de DDB over de ontwikkeling van de zuivelmarkt na afschaffing van het melkquotum, blijkt de juiste te zijn geweest. Ten aanzien van de toekomst van de coöperatie en NV RFC, wil de DDB haar visie hieromtrent met alle plezier delen met RFC want ook met betrekking tot de problematiek waar RFC nu voor staat, zijn oplossingen te bedenken die minder ingrijpen in de individuele bedrijfsvoering van de ledenbedrijven én het functioneren van RFC ten goede komen. Een aanbod dat we ook in 2013 al aan RFC deden. “Vrij melken” zoals een aantal melkveehouders en zuivelkopstukken dat voor zich zagen, blijkt een utopie. Het heeft al meer kapot gemaakt dat ons lief is en voor eenieder is het inmiddels duidelijk dat 1 april 2015 weinig bevrijdend heeft gewerkt. Samen kunnen we zoeken naar de beste coöperatie- en bedrijfsvorm, maar dit plan van RFC kan in de prullenbak. Sieta van Keimpema, Voorzitter DDB

Allis-Chalmers G

Allis-Chalmers M

Allis-Chalmers M

Allis-Chalmers B

Fordson Major

‘Ze moeten dijk van melkprijs neerzetten’

,,Een goed idee, het proberen waard.’’ Zo omschrijft melkveehouder Franke Stelma uit Haule het voorstel van zijn zuivelcoöperatie om grenzen te stellen aan de melkaanvoer. Het doel: een goede melkprijs in de benen houden. ,,Ik weet: er zitten nog haken en ogen aan en je maakt het nooit iedereen naar de zin. Maar het idee om de melkplas te reguleren voor een hoge melkprijs spreekt me zeer aan”, zegt Stelma die circa 80 melkkoeien heeft. Hij verbindt wel een voorwaarde aan zijn steun: ze moeten een dijk van een melkprijs neerzetten, zo’n 4 cent boven die van A-ware (particulier zuivelconcern met onder meer een kaasfabriek in Heerenveen). Want als FrieslandCampina wat van ons vraagt, mogen wij ook wat van hen vragen.” Meer: http://www.lc.nl/friesland/%E2%80%98Ze-moeten-dijk-van-melkprijs-neerzetten%E2%80%99-23126229.html

John Deere 6150R

John Deere 6150R

John Deere 6150R

Milieuvriendelijke diesel in opkomst (maar wel 18 cent duurder)

Dieselbrandstof wordt gezien als smerig, vervuilend en slecht voor het milieu. Steeds meer steden keren zich om die reden ook tegen deze auto's. Maar er is een alternatief voor de fossiele diesel. Blauwe diesel, gemaakt van afvalproducten van de voedingsmiddelenindustrie, zoals oud frituurvet. Biologisch afbreekbaar én het kan in elke dieselmotor worden gebruikt. Mondjesmaat verschijnen er benzinestations die blauwe diesel verkopen. Was dat al het geval in Zuid-Holland, vanaf nu kan ook de Friese dieselrijder - dat zijn er naar schatting zo'n 60.000 - blauwe diesel tanken. "De voordelen van blauwe diesel? De besparing op de uitstoot van het schadelijke broeikasgas CO2 is 90 procent ten opzichte gewone diesel. En verder komt er ook veel minder koolstofmonoxide uit de uitlaat", zegt Pieter Zonneveld, verkoopdirecteur van Neste, de producent van de blauwe diesel. Twee dubbeltjes duurder Allemaal goed en wel, maar de milieuvriendelijke variant is wel bijna 20 cent duurder per liter dan de fossiele variant. Kost een liter 'vervuilende diesel' momenteel ongeveer 1,25 euro, voor blauwe diesel moet 1,43 euro worden betaald. "Of dat een probleem wordt? Ik denk het niet. In Finland zien we ook dat consumenten het ervoor over hebben. Dus waarom niet in Nederland? Hier beseffen automobilisten toch ook dat we iets moeten doen tegen de klimaatverandering, willen we op de langere termijn droge voeten houden", aldus Neste vanochtend in het NOS Radio 1 Journaal. "Veel particulieren zullen de keuze maken om blauwe diesel te tanken. Ondanks dat prijsverschil." Milieu Centraal Milieu Centraal is enthousiast over de nieuwste ontwikkeling. "Blauwe diesel is een stuk beter voor het klimaat vanwege de besparing op de uitstoot van CO2", meent Marie-Claire van den Berg. "Maar er kleven ook nadelen aan. Reststromen zijn er in ons land onvoldoende. Import dreigt dus van bijvoorbeeld oud frituurvet. Dat moet dan ook weer worden vervoerd. Ja, dan vervallen de voordelen natuurlijk." Bovendien: biodiesel (waartoe blauwe diesel behoort) is volgens de milieuorganisatie niet per definitie duurzaam. "Als het van bijvoorbeeld palmolie wordt gemaakt, werkt het zelfs averechts en is het slechter voor het milieu. Gelukkig gebeurt dat niet veel en wil Europa dat ook gaan verbieden. Als biodiesel wordt gemaakt van koolzaadolie of zonnebloemen in de EU, dan gaat het gaat ten koste van landgebruik voor voedsel. Dat willen we ook liever niet." Elfwegentocht In Friesland hebben binnenkort acht tankstations de blauwe diesel. Dat heeft ook te maken met de Elfwegentocht, begin juli. "Dan laten we aan de rest van Nederland zien dat wij hier in Friesland fossielvrij kunnen reizen", zegt Tsjeard Hofstra van de Elfwegentocht. Bedoeling is dat zoveel mogelijk mensen twee weken zo milieuvriendelijk gaan rijden. "Waarom de Elfwegentocht? We hebben al 20 jaar geen Elfstedentocht. Die willen we terug. Daarom moeten we klimaatverandering een halt toeroepen. Dat hopen we te bereiken met onder meer dit initiatief."

John Deere 6155R

John Deere 6155R

Fendt 514 C

Fendt 312 Vario

Fendt 916

RIVM: afspraken over zout en suiker moeten veel strenger

De inspanningen om suiker- en zoutconsumptie te verlagen voldoen niet. Het voedingsakkoord dat de overheid met het bedrijfsleven heeft gesloten, is onvoldoende om te zorgen voor een gezond voedingspatroon. Dat schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in een advies aan de overheid. De gemiddelde Nederlander krijgt meer zout en suiker binnen dan gezond is. Een volwassene eet dagelijks 8,7 gram zout, ongeveer 50 procent te veel, en 114 gram suiker, zo'n 20 procent te veel. Zout komt met name uit brood, vlees en kaas. Suiker zit onder meer in frisdranken, zuivel, gebak en suikerwaren. Te veel zout leidt tot een te hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, nierziekten, maagkanker en botontkalking. Te veel suiker veroorzaakt overgewicht en bijbehorende gezondheidsklachten, diabetes en tandproblemen. Beloften In 2014 heeft het ministerie van Volksgezondheid een akkoord gesloten met producenten. Het zoutgehalte in vleeswaren zou met 10 procent worden verlaagd, de hoeveelheid toegevoegde suikers in zuiveldranken en -toetjes zou 5 procent minder worden. Frisdrankproducenten beloofden het aantal calorieën met 10 procent te verminderen. Maar dit akkoord komt niet in de buurt van wat gezond is, blijkt uit berekeningen van het RIVM. Zelfs als de afspraken met 10 procent worden verzwaard, eet de gemiddelde Nederlanders dagelijks zo'n 2 gram zout en 18 gram suiker te veel. Het advies aan de overheid is om afspraken te maken over alle voedingsproducten. Ook moeten producenten gemotiveerd worden gezondere producten te maken, bijvoorbeeld met een keurmerk.

Oostvaardersplassen: begrip voor advies, maar kernvraag blijft onopgelost

Gematigd tevreden. Zo reageren zowel actievoerders als deskundigen op het advies van een onderzoekscommissie over de Oostvaardersplassen. Een commissie onder leiding van oud-staatssecretaris Pieter van Geel (CDA) adviseert het aantal grote grazers voor het begin van de winter met ongeveer de helft terug te brengen tot 1100. Een groot deel van de edelherten moet volgens de commissie worden afgeschoten, omdat ze niet kunnen worden gevangen en elders ondergebracht. Gemengde gevoelens "Na de presentatie van het rapport liep ik met een tevreden gevoel de deur uit" zegt Terenja Bongers in Nieuws en Co op NPO Radio 1. Ze is een van de initiatiefnemers van de bijvoeracties. "Ons doel was het tegengaan van onnodig dierenleed. Daarom sta ik achter veel adviezen van de onderzoekscommissie. De dieren hebben geen natuurlijke vijanden, daarom hoort populatiebeheer erbij." "Ik ben iets minder blij", zegt actievoerder Eline Schievink. "Ik vind het moeilijk dat er zo'n groot aantal edelherten moet worden afgeschoten als gevolg van jarenlang falend beleid." Ze heeft desondanks begrip voor het advies: "Ik zie ook geen andere manier om het aantal edelherten te verminderen." "Ook ik heb gemengde gevoelens", zegt Han Olff, hoogleraar ecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is een voorstander van het huidige beheer. "De essentie van de Oostvaarderplassen is dat de natuur centraal staat. Commissievoorzitter Van Geel houdt daaraan vast, dat vind ik positief." "De dynamiek van vegetatieverandering, strenge en zachte winters, en natte en droge jaren zorgt ervoor dat er schommelingen zijn in het aantal grazers. Daardoor gedraagt het gebied zich anders dan veel andere gebieden. De essentie van het beheer blijft overeind. Daar ben ik heel blij mee." Kaalgevreten en overbemest Toch zet hij vraagtekens bij het aantal grazers dat volgens de commissie moet worden afgeschoten. "Van Geel zegt dat het noodzakelijk is, maar wat mij betreft hoef het niet. De 'reset' waar Van Geel het over heeft, heeft van nature al plaatsgevonden. Het gaat inmiddels om 1850 grote grazers, minder dan de 2260 in het rapport. We hadden meer geduld moeten hebben." Bongers is het er sterk mee oneens. "Het gebied is kaalgevreten, overbemest en krijgt geen kans om te herstellen. Er ontstaat inderdaad een natuurlijk proces, maar niet het gewenste." Waarom is de Oostvaardersplassen het meest besproken natuurgebied van Nederland? Je ziet het in deze video: De vraag die zich opdringt is: kan het wel, wilde natuur in Nederland? "Nee", zegt Schievink stellig. "De Oostvaardersplassen is ook nooit natuur geweest: door dieren uit te zetten bemoei je je al met de natuur." "De inzet van grote grazers bevordert over het algemeen juist de diversiteit", repliceert Olff. "Natuurlijk heeft elk natuurgebied zijn beperkingen en moet je ingrijpen als bijvoorbeeld de verkeersveiligheid in het geding komt. Maar de essentie is dat dit een gebied is waar de natuurlijke processen leidend zijn." Toch heeft hij begrip voor het besluit om een groot deel van de dieren af te schieten. "In sommige jaren, zoals 2013 sterven er nauwelijks dieren. Soms zijn dat er meer. Van Geel zegt: we handhaven dat principe, maar we schuiven het moment van sterven wat naar voren, met het oog op de maatschappelijk onrust. Wilde natuur kan gewoon in Nederland, dat vindt Van Geel gelukkig ook."

Claas Arion 650

Fiat 65-46

Fiat 65-46

Fiat 65-46

Fiat 65-46

Fendt 936

Vredo VT 7028

Vredo VT 7028